Conclusie
eerste middelklaagt dat er geen enkel bewijsmiddel is dat direct wijst op verdachtes betrokkenheid bij de overval. Die betrokkenheid is een betekenis die het hof onder de bewijsmiddelen legt en waarmee het hof deze bewijsmiddelen inkleurt. De conclusies die het hof uit de bewijsmiddelen trekt zijn niet toelaatbaar.
tweede middelklaagt over de bewijsvoering. Het hof heeft volgens de steller van het middel onvoldoende aangegeven welke feiten die redengevend zijn voor de bewezenverklaring volgens het hof vaststaan. Het hof laat dat ten aanzien van een groot aantal gegevens in het midden. Het hof bedient zich immers van termen als "dat het erop wijst" of dat "het erop lijkt".
derde middelklaagt dat het hof als feit heeft aangenomen dat [medeverdachte 1] aan verdachte en [medeverdachte 2] op 17 mei 2014 een relatief klein bedrag heeft overhandigd om de opgelopen spanning enigszins te verminderen. Het hof heeft volgens de steller van het middel verzuimd aan te geven aan welke wettige bewijsmiddelen het hof dit feit heeft ontleend.