Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 14 januari 2012 (pg. 62-64), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 1]:
Op 13 januari 2012 omstreeks 18:00 uur heeft mijn vrouw de auto geparkeerd aan de [a-straat] te Maastricht, in een parkeervak voor onze woning. De voorzijde van de auto stond in de richting van het pleintje. Mijn vrouw heeft de auto rondom afgesloten en onbeschadigd achtergelaten. Op 14 januari 2012 omstreeks 01:15 uur werden wij wakker gemaakt door gebonk op de voordeur van onze woning. Ik deed vervolgens de voordeur van onze woning open. Ik zag toen meteen dat een auto in de brand stond. Ik had niet meteen in de gaten dat het mijn auto was. Ik hoorde toen van buren dat zij kort voor de brand een witte Mercedes Vito hadden zien staan bij de geparkeerde auto’s. Ook zou een buurman iets op de motorkap hebben zien liggen. Ik doe hierbij aangifte van brandstichting. Ik ben ervan overtuigd dat de verkoper achter deze brandstichting zit.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
2.Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 januari 2012 (pg. 65-66), voor zover inhoudende als weergave van verhoor van getuige [getuige 1]:
3.Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 14 januari 2012 (pg. 67-68), voor zover inhoudende als weergave van verhoor van getuige [getuige 2]:
4.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 januari 2012 (pg. 72-73), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
Toen wij, verbalisanten, via de Azamonstraat de [a-straat] wilden inrijden zagen wij rechts in de [a-straat] de voorzijde van een auto in brand staan. Wij zagen dat deze personenauto, merk Opel Zafira, kleur zwart en voorzien van het Nederlandse kenteken [AA-00-AA], met de voorzijde in de richting van het grasveld stond. Zowel rechts als links naast deze auto stonden nog andere auto’s geparkeerd.
Terwijl wij, verbalisanten, stonden te kijken werd ik, verbalisant [verbalisant 1], aangesproken door een persoon, de later te noemen getuige [getuige 2], die mij, verbalisant [verbalisant 1], mededeelde dat hij net voordat hij de brand had ontdekt een witte Mercedes Vito had zien wegrijden. Hij deelde mij, verbalisant [verbalisant 1], verder mee dat deze Mercedes Vito licht metalen velgen had in de vorm van vijfspaak. Ook gaf deze persoon aan dat hij gezien had dat een zogenaamde TOMTOM op de voorruit zat. Vervolgens werd ik, verbalisant [verbalisant 1], aangesproken door een van de brandweermannen vanwege het feit dat hij tussen de brandende auto en de auto die links er naast stond een plastic zak had aangetroffen met daarin zogenaamde aanmaakblokjes.
Op dat moment kwam de eerder genoemde getuige [getuige 2] naar mij, verbalisant, [verbalisant 1], toe en deelde mij, verbalisant [verbalisant 1], mee dat hij op dat moment telefonisch contact had met een vriend, genaamd [betrokkene 2], die het kenteken van de eerder genoemde Mercedes Vito had onthouden. Dit kenteken luidde als volgt: [BB-00-BB]. Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 1], de gegevens van aangever [betrokkene 1] en het kenteken van de Mercedes Vito doorgegeven aan de regionale meldkamer met het verzoek of de collega’s van district Sittard op de A2 konden uitkijken naar voornoemde Mercedes Vito omdat de kans er in zat dat men via de A2 weer richting Apeldoorn zou rijden. Even later hoorden wij verbalisanten dat door de collega’s van district Sittard de Mercedes Vito met het kenteken [BB-00-BB] was aangetroffen op de A2 en dat zij de twee inzittenden hadden aangehouden. Een van de twee inzittenden zou zijn geheten: “[verdachte]”.
5.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2012 (pg. 77), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3]:
6.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2012 (pg. 89), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:
7.Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 26 januari 2012 (pg. 90-95), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5]:
Ik zag dat het voertuig op de motorkap, onder de voorruit verbrand was. Ik zag dat de ruit in het midden aan de onderzijde gesprongen was. Onder de motorkap was de motor aan de zijde van het schutbord het meest door het vuur aangetast. Aan de onderzijde van de motor was minder vuurbelasting geweest. De banden aan de voorzijde waren nagenoeg niet door het vuur aangetast. De beschermkappen in de wielkasten waren gesmolten en gedeeltelijk over de banden gelopen. De brand in het motorcompartiment heeft zich vanaf het schutbord in de richting van de voorzijde van de auto verplaatst. De binnenzijde van het voertuig was niet door het vuur aangetast.
8.Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2012 (pg. 74), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6]:
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2012, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7]:
Vraag: Is de heg of haag waartegen de auto geparkeerd stond inderdaad door het vuur, zoals op foto’s in het proces-verbaal te zien is (het hof begrijpt met name de onderste foto op pg. 75), verbrand of verschroeid, althans aangetast?
[Antwoord] Naar alle waarschijnlijkheid is deze schade veroorzaakt door de brand. Nergens blijkt uit dat op dezelfde plek voor deze brand is geweest, nog een keer brand is geweest.
10.De verklaring van getuige [betrokkene 3] afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 25 februari 2016, voor zover inhoudende:
Het zou zo kunnen zijn dat we in de straat van [betrokkene 1] zijn geweest. Ik zat op de bijrijdersstoel.
Verdachte [verdachte] en ik gingen naar Maastricht om een auto in brand te steken. Er was iets met een conflict rond die auto en het was beter dat die auto weg ging. We zijn langs de betreffende auto gereden, toen ben ik uitgestapt en toen ben ik nadien weer in de auto gestapt. Het plan was afkomstig van de familie [verdachte].
De vader van verdachte [verdachte] heeft mij gevraagd om mee te gaan. We hadden brandbare dingen meegenomen: aanmaakblokjes en een fles benzine. Ik ben alleen uitgestapt om de brandstichting uit te voeren.
We zaten aan de keukentafel bij de vader van [verdachte] en toen kwam het ter sprake.
We zijn er met zijn tweeën heen gereden, verdachte [verdachte] en ik. Er zijn afspraken gemaakt over dat we er heen gingen.
wist precies wat we gingen doen, want vóór we op pad gingen, hebben we besproken wat we gingen doen. Toen de vader van [verdachte] mij heeft gevraagd, zat [verdachte] er bij. We wisten allemaal wat er zou gebeuren. De benzine heb ik uit de schuur gehaald, maar de aanmaakblokjes lagen al in de auto toen ik instapte.
We hadden van tevoren niet afgesproken wie er zou uitstappen. Dat gebeurde gewoon.
Verdachte [verdachte] heeft laten zien om welke auto het ging. Ik wist niet om welk type auto het ging, wel dat het om een Opel ging. Ik heb dus die aanmaakblokjes en benzine op de motorkap gegooid en toen hebben we gezorgd dat we weg waren. Verdachte [verdachte] heeft gezegd in welke straat hij moest zijn.
Het was voor ons beiden duidelijk wat er zou gebeuren, want dat was tevoren besproken.
Ik heb het aangestoken. De auto stond honderden meters van de Mercedes Vito af toen ik het aanstak. Ik heb, toen ik instapte, gezegd: “hij brandt”.
11.De verklaring van verdachte, afgelegde ter terechtzitting van dit hof op 25 februari 2016, voor zover inhoudende:
Ik heb de TomTom gevolgd. [betrokkene 3] is uitgestapt, hij moest even iets doen, zei hij. Even later sprong hij weer in de auto. Toen zijn we naar huis gereden en werd ik aangehouden.
Ik weet dat mijn vader en [betrokkene 3] iets hebben overlegd.”
Het plan om de (bij het bedrijf van de vader van verdachte door [betrokkene 1] aangekochte) auto in de brand te steken is afkomstig van de vader van verdachte. Dit plan is door verdachtes vader en medeverdachte [betrokkene 3] aan de keukentafel van de familie [verdachte] besproken in bijzijn van verdachte. Op een later moment is de afspraak gemaakt om naar de betreffende auto toe te gaan. Verdachte heeft het voertuig waarmee naar de betreffende auto zou worden gereden, geregeld. Toen [betrokkene 3] instapte in dat voertuig, dat verdachte bestuurde, lagen daar al aanmaakblokjes in. [betrokkene 3] heeft een fles benzine ’ meegenomen. Verdachte wist het adres en [betrokkene 3] heeft dit ingevoerd in diens Tomtom. Verdachte is met [betrokkene 3] naar de straat van [betrokkene 1] in Maastricht gereden. Verdachte heeft de betreffende auto aangewezen, waarna [betrokkene 3] is uitgestapt en de feitelijke brandstichtende handelingen heeft uitgevoerd. Verdachte is op dat moment even weggereden en heeft [betrokkene 3] enkele minuten later weer opgehaald. Daarna heeft verdachte de auto in noordelijke richting, kennelijk huiswaarts, gestuurd.
De verklaring van verdachte dat hij samen met [betrokkene 3] op pad was om te gaan stappen in Maastricht, acht het hof niet aannemelijk.
- het plan om de auto in brand te steken afkomstig is van de vader van verdachte;
- dat de vader en de medeverdachte dit plan in het bijzijn van verdachte hebben besproken aan de keukentafel van de familie [verdachte];
- dat verdachte het voertuig heeft geregeld waarmee hij en de medeverdachte naar de in brand te steken auto zijn gereden;
- toen de medeverdachte in dat voertuig stapte daar al aanmaakblokjes in lagen;
- verdachte het adres wist in Maastricht en de medeverdachte dit in zijn Tomtom heeft ingevoerd;
- verdachte naar de straat in Maastricht waar [betrokkene 1] woonde is gereden;
- verdachte de betreffende auto heeft aangewezen aan de medeverdachte, waarna deze is uitgestapt en de feitelijke brandstichtende handelingen heeft uitgevoerd;
- verdachte op dat moment even is weggereden en de medeverdachte enkele minuten later weer heeft opgehaald;
- verdachte de auto daarna in noordelijke richting, kennelijk huiswaarts, heeft gestuurd.
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, nu tussen het instellen van cassatie en het insturen van het dossier naar de griffie van de Hoge Raad te veel tijd is verstreken.