Conclusie
totalepensioeninkomen OP incl. wettelijke voorzieningen zoals AOW ± 70% van het laatst verdiende salaris bedraagt.
Pensioengrondslag
Artikel 2
Betreft: beëindiging AXA-polissen [006] en [007]
Betreft: beëindiging AXA-polissen
primairaan een Nederlandse levensverzekeraar van goede naam een zodanige koopsom te betalen dat die verzekeraar aan [eiser] daar tegenover toekent een levenslang ouderdomspensioen ad € 64.025,-, een tijdelijk ouderdomspensioen ad € 9.521,-, een partnerpensioen ad € 44.819,- en een wezenpensioen ad € 8.964,- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012, mits bij die verzekeraar worden aangewend voor diezelfde pensioenen de kapitalen beschikbaar in de Zwitserleven polissen op naam van [eiser] met nummers [008] en [009] ;
subsidiairaan SRLEV N.V. (h.o.d.n. Zwitserleven) een zodanige koopsom te betalen dat de daaruit resulterende kapitalen in de Zwitserleven polissen op naam van [eiser] met nummers [008] en [009] voldoende zijn om rekenend met per 1 mei 2012 actuele grondslagen en tarieven van een door [eiser] aan te wijzen Nederlandse levensverzekeraar bij die verzekeraar in te kopen een levenslang ouderdomspensioen ad € 64.025,-, een tijdelijk ouderdomspensioen ad € 9.521,-, een partnerpensioen ad € 44.819,- en een wezenpensioen ad € 8.964,- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012;
meer subsidiairaan SRLEV N.V. (h.o.d.n. Zwitserleven) een zodanige koopsom te betalen dat de daaruit resulterende kapitalen in de Zwitserleven polissen op naam van [eiser] met nummers [008] en [009] voldoende zijn om rekenend met per 12 juli 2005 actuele grondslagen en tarieven van een door [eiser] aan te wijzen Nederlandse levensverzekeraar bij die verzekeraar in te kopen een levenslang ouderdomspensioen ad € 64.025,-, een tijdelijk ouderdomspensioen ad € 9.521,-, een partnerpensioen ad € 44.819,- en een wezenpensioen ad € 8.964,- betaalbaar vanaf pensioendatum 1 juli 2012;
voorwaardelijk, voor het geval slechts de onder 1.c als meer subsidiair benoemde vordering van [eiser] wordt toegewezen, Ecolab zal veroordelen om binnen drie maanden na het te wijzen arrest aan SRLEV N.V. een zodanige koopsom te betalen in aanvulling op hetgeen ingevolge 1.c wordt toegewezen dat het onder 1.b bedoelde resultaat wordt bereikt;
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelricht zich tegen de afwijzing van de na eiswijziging geformuleerde vordering onder 3 (hiervoor weergegeven in 1.24) in rov. 2.16. Die afwijzing vloeit volgens het hof voort uit de afwijzing van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [eiser] (hiervoor in 1.24 weergegeven onder 1a, 1b en 1c). Dat is onbegrijpelijk, omdat de vorderingen 1a-1c betrekking hebben op (de correcte affinanciering van) de pensioenopbouw tot 1 juni 2004 op basis van de regeling en toezegging uit 1989, ondergebracht bij AXA, terwijl de daarvan losstaande vordering onder 3 ziet op de correcte nakoming (en affinanciering) van de pensioenopbouw over de periode 1 juni 2004 tot 1 mei 2012 op basis van de Pensioenbrief 2005, ondergebracht bij NN.
tweede onderdeelricht zijn pijlen ook op rov. 2.16, maar dan tegen de afwijzing van de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van [eiser] (hiervoor in 1.24 weergegeven onder 1.b en 1.c).
streefregeling nakomen”, heeft [eiser] gesteld:
streefregelingper datum waarop het dienstverband eindigde (1 mei 2012, subsidiaire vordering), dan wel het moment waarop overeenstemming zou zijn bereikt over het einde van de deelnemingsperiode van de pensioenregeling uit 1989 (12 juli 2005, meer subsidiaire vordering). Zonder nadere maar niet verschafte motivering is niet inzichtelijk waarom de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen zijn gebaseerd op [eiser] ’ positie dat in 1989 sprake was van een zuivere eindloonregeling, zoals het hof overweegt in rov. 2.16 van het eindarrest na “Allereerst”.
onder 17en
onder 18richten zich (alleen) tegen het oordeel in rov. 2.16 dat [eiser] niet (voldoende) onderbouwd heeft gesteld dat Ecolab de bij AXA ondergebrachte pensioenverzekeringen niet per 1 juni 2004 heeft afgefinancierd (het tweede element van grond 2, hiervoor in 2.4 aangeduid met 2b)).
.In reactie hierop is door Ecolab bij MvA 103 naar voren gebracht dat [eiser] affinanciering lijkt te vorderen per 1 mei 2012 dan wel 12 juli 2005 en dat dit onjuist is, nu de pensioenwetgeving Ecolab verplichtte tot affinanciering per 1 juni 2004 (de datum waarop deelname aan de pensioenregeling eindigt).
onder 17genoemde passages uit de stukken maken dat niet anders. Bij grieven onder 4.16.3 is zonder enige onderbouwing geponeerd dat op basis van “ook toen al achterhaalde grondslagen en tarieven” is afgefinancierd, zowel ten aanzien van de sterftegrondslagen als de gehanteerde rekenrente. Die stelling is niet nader toegelicht en behoefde geen respons van het hof. De verwijzing bij grieven onder in 4.16.3 naar paragraaf 2 MvG is te algemeen: dat is een 20 pagina’s tellende paragraaf onder het kopje “de feiten”. Het hof hoefde hetgeen daar is gesteld niet te betrekken bij zijn beoordeling van de subsidiaire en meer subsidiaire vordering. Het tot slot nog aangehaalde betoog bij grieven onder 3.12-3.22 is opgetrokken in het kader van grief 3 en ziet daarmee niet op de subsidiaire en meer subsidiaire vordering over affinanciering van de AXA-regeling, zodat ook deze stellingen door het hof niet bij de beoordeling behoefden te worden betrokken.
onder 18staat in de veronderstelde sleutel dat het oordeel dat [eiser] niet (voldoende) onderbouwd gesteld heeft dat Ecolab de bij AXA ondergebrachte pensioenverzekeringen niet per 1 juni 2004 heeft afgefinancierd zo moet worden begrepen dat het hof de meer subsidiaire vordering van [eiser] mede heeft afgewezen omdat [eiser] niet voldoende onderbouwd heeft gesteld dat er helemaal geen affinanciering per 1 juni 2004 heeft plaatsgevonden, maar alleen heeft gesteld dat er per die datum een onjuiste affinanciering heeft plaatsgevonden. Volgens de klacht is in dat geval het oordeel van het hof onbegrijpelijk, omdat niet valt in te zien waarom de meer subsidiaire vordering alleen toewijsbaar zou zijn wanneer er helemaal geen affinanciering per 1 juni 2004 heeft plaatsgevonden, in plaats van een onjuiste per die datum. Dit mist volgens mij feitelijke grondslag in de bestreden beslissing. Het hof heeft alleen overwogen dat [eiser] niet voldoende onderbouwd heeft gesteld dat niet per 1 juni 2004 is afgefinancierd. Met Ecolab (s.t. onder 15) lees ik dat als: niet op juiste wijze afgefinancierd. Ook volgt uit hetgeen hiervoor in 1.17 en 1.18 (ook door het hof bij tussenarrest in 4.17 en 4.18) is vastgesteld dat per 1 juni 2004 is afgefinancierd, zoals Ecolab bij s.t. onder 16 terecht naar voren brengt in dit verband. Dat maakt de veronderstelde sleutel van de klacht onder 18 te minder aannemelijk.
onder 19behoeft geen afzonderlijke bespreking.
onderdeel 3.