Conclusie
23 november 2016 aan nietigheid lijdt, nu de door de raadsvrouw bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnota zich niet (meer) bij de stukken in het geding bevindt.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte was door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. In cassatie werd aangevoerd dat de pleitnota die door de raadsvrouw bij de terechtzitting in hoger beroep was overgelegd, ontbrak in de aan de Hoge Raad toegezonden stukken.
Na navraag bij het hof bleek dat deze pleitnota niet meer beschikbaar was, waardoor niet kon worden vastgesteld of er meer verweren of onderbouwde standpunten waren ingebracht tijdens de terechtzitting. Dit onherstelbare verzuim werd door de Hoge Raad als strijdig met een behoorlijke procesorde beoordeeld, hetgeen nietigheid van het onderzoek en de uitspraak tot gevolg had.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. Het eerste middel behoeft geen bespreking vanwege het oordeel over het tweede middel.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens ontbrekende pleitnota en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.