ECLI:NL:PHR:2018:329

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
16/06308
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a lid 2 SvArt. 310 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuist verstek bij detentie uit anderen hoofde

De verdachte werd in hoger beroep verstek verklaard door het hof omdat hij niet was verschenen op de zitting. Uit de overgelegde stukken, waaronder een meldingsformulier inverzekeringstelling, een vordering tot inbewaringstelling, een verhoorproces-verbaal en een bevel tot bewaring, bleek dat de verdachte ten tijde van de behandeling in hoger beroep gedetineerd was in verband met een andere strafzaak.

De Hoge Raad oordeelt dat het verstek verlenen achteraf onjuist was omdat de verdachte niet vrijwillig afwezig was en het grote belang van aanwezigheid bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep zwaarwegend is. Daarom wordt het bestreden arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.

De conclusie van de Procureur-Generaal bevestigt dat de stukken betrouwbaar zijn en dat de verdachte op 18 oktober 2016 niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep terwijl hij toen feitelijk gedetineerd was. Dit leidt tot vernietiging en terugwijzing van de zaak. Er bestaat samenhang met een andere zaak die gelijktijdig wordt behandeld.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.

Conclusie

Nr. 16/06308
Zitting: 20 februari 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 18 oktober 2016 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/06312. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 oktober 2016 houdt het volgende in:
"(…)
De verdachte genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De voorzitter stelt vast dat de dagvaarding in hoger beroep op juiste wijze is betekend.
De voorzitter verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt, dat de behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte wordt voortgezet.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De voorzitter deelt mede dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De advocaat-generaal deelt mede:
De verdachte is niet verschenen en heeft geen schriftuur houdende grieven ingediend. Ik verzoek u de verdachte niet ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede onmiddellijk uitspraak te zullen doen.
De voorzitter spreekt vervolgens het arrest uit.
(…)"
6. In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur – overgelegd:
(i) Een "Meldingsformulier inverzekeringstelling" waaruit blijkt dat verdachte op maandag 17 oktober 2016 om 20:40 te Eindhoven in verzekering is gesteld wegens verdenking van overtreding van art. 310 Sv Pro. Dit formulier vermeld onder bijzonderheden dat de verdachte op woensdag zal worden voorgeleid bij de RC.
(ii) Een "vordering tot inbewaringstelling tevens een verzoek als bedoeld in art. 59a, lid 2, Sv" gedateerd 18 oktober 2016 met parketnummer 01/845666-16, wegens verdenking van een op 17 oktober 2016 te Eindhoven gepleegde diefstal.
(iii) Een proces-verbaal van "verhoor van verdachte" door de rechter-commissaris gedateerd 19 oktober 2016 met parketnummer 01/845666-16 ter zake van voornoemde inverzekeringstelling en inbewaringstelling, waaruit blijkt dat de rechter-commissaris de inverzekeringstelling niet onrechtmatig oordeelt en een bevel tot bewaring verleent tegen de verdachte en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis heeft afgewezen.
(iv) Een "Bevel tot bewaring" gedateerd 18 oktober 2016 [1] met parketnummer 01/845666-16, inhoudende dat de rechter-commissaris een bevel tot bewaring verleent tegen de verdachte voor de duur van 14 dagen.
7. Uit de hiervoor onder 6 vermelde stukken - aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld - moet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. [2]
8. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Uit het verloop van de procedure en het onder (iii) genoemde proces-verbaal volgt dat dit moet zijn 19 oktober 2016.
2.Vgl. HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3224.