"De voorzitter doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
adres: [a-straat 1], [woonplaats].
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.A.C. van Vuuren, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart dat de verdachte hem met uitdrukkelijk heeft gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in hoger beroep op de door de wet voorgeschreven wijze lijkt te zijn betekend en dat de verdachte blijkens een door de advocaat-generaal overlegd SKDB- formulier thans niet is gedetineerd.
Het hof verleent bij monde van de voorzitter verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De voorzitter merkt op dat in de zaak geen schriftuur, houdende grieven is ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor en legt die aan het hof over. Zij deelt het volgende mede:
De verdachte is niet verschenen, de raadsman is niet gemachtigd en er is geen appelschriftuur ingediend. Gelet op die omstandigheden vorder ik dat toepassing wordt gegeven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu ik ook overigens geen belang voor behandeling van de zaak zie.]
Na beraad in de raadkamer verklaart de voorzitter het onderzoek gesloten en deelt mede dat aanstonds uitspraak zal worden gedaan.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
(…)
Noot griffier: Bij het uitwerken van dit proces-verbaal is gebleken dat op genoemd SKDB-formulier is vermeld dat de verdachte op de dag van de terechtzitting in hoger beroep wel was gedetineerd."