ECLI:NL:PHR:2018:331

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
17/00104
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuist verstekverlenen door detentie verdachte

In deze zaak werd de verdachte in hoger beroep verstek verleend door het gerechtshof Amsterdam omdat hij niet was verschenen. Tijdens de zitting was de raadsman van de verdachte aanwezig, maar het hof oordeelde dat de raadsman niet gemachtigd was en dat er geen appelschrift was ingediend. Op grond hiervan verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk en sprak het arrest uit.

Na de uitspraak bleek uit het proces-verbaal en het SKDB-formulier dat de verdachte ten tijde van de behandeling in hoger beroep gedetineerd was in verband met een andere strafzaak. Dit betekent dat het hof onjuist heeft gehandeld door verstek te verlenen, aangezien de verdachte het recht heeft om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat het belang van de verdachte bij aanwezigheid tijdens de behandeling groot is en dat de zaak daarom moet worden vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte. Het middel van cassatie is gegrond verklaard en het arrest van 12 december 2016 wordt vernietigd.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.

Conclusie

Nr. 17/00104
Zitting: 20 februari 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij verstek gewezen arrest van 12 december 2016 door het gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 december 2016 houdt het volgende in:
"De voorzitter doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
adres: [a-straat 1], [woonplaats].
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.A.C. van Vuuren, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart dat de verdachte hem met uitdrukkelijk heeft gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in hoger beroep op de door de wet voorgeschreven wijze lijkt te zijn betekend en dat de verdachte blijkens een door de advocaat-generaal overlegd SKDB- formulier thans niet is gedetineerd.
Het hof verleent bij monde van de voorzitter verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De voorzitter merkt op dat in de zaak geen schriftuur, houdende grieven is ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor en legt die aan het hof over. Zij deelt het volgende mede:
De verdachte is niet verschenen, de raadsman is niet gemachtigd en er is geen appelschriftuur ingediend. Gelet op die omstandigheden vorder ik dat toepassing wordt gegeven aan artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu ik ook overigens geen belang voor behandeling van de zaak zie.]
Na beraad in de raadkamer verklaart de voorzitter het onderzoek gesloten en deelt mede dat aanstonds uitspraak zal worden gedaan.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
(…)
Noot griffier: Bij het uitwerken van dit proces-verbaal is gebleken dat op genoemd SKDB-formulier is vermeld dat de verdachte op de dag van de terechtzitting in hoger beroep wel was gedetineerd."
5. Uit het hiervoor weergegeven proces-verbaal blijkt dat na sluiting van het onderzoek en het uitspreken van het arrest is komen vast te staan dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG