ECLI:NL:PHR:2018:333

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2018
Publicatiedatum
11 april 2018
Zaaknummer
16/06298
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest over betekening appeldagvaarding bij verblijf verdachte in buitenland

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat de appeldagvaarding aan de griffier was betekend, aangezien geen woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland bekend was. De verdachte verbleef op dat moment in Brussel, België, maar het hof heeft niet onderzocht of bij de laatst bekende Nederlandse gemeente navraag was gedaan of de verdachte bij vertrek een adres had opgegeven voor gerechtelijke mededelingen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof slechts tot het oordeel kon komen dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend indien deze navraag was gedaan en zonder resultaat was gebleven. Omdat het hof dit onderzoek niet heeft verricht, is het oordeel ontoereikend gemotiveerd en wordt het arrest vernietigd.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling waarbij het hof de navraagplicht moet onderzoeken en motiveren. Dit arrest benadrukt het belang van zorgvuldige betekening van dagvaardingen bij verblijf van een verdachte in het buitenland en de navraagplicht bij de Nederlandse gemeente.

De procedure omvatte een cassatieberoep tegen het arrest van het hof van 31 oktober 2014, waarin de verdachte bij verstek werd veroordeeld. De Hoge Raad geeft hiermee een belangrijke richtlijn voor de rechtsgeldigheid van betekening in hoger beroep bij onbekend verblijf in Nederland.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van de betekening.

Conclusie

Nr. 16/06298
Zitting: 13 februari 2018
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij een bij verstek gewezen arrest van 31 oktober 2014 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelkomt op tegen het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
(i) een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat die dagvaarding op 18 september 2014 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is;
(ii) een aan nog een dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende dat de dagvaarding tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] te Amsterdam. Daarna is een bericht van aankomst achtergelaten en is de appeldagvaarding, nadat de appeldagvaarding op het postkantoor niet is afgehaald, retour gezonden naar de afzender. Op 7 oktober 2014 is de dagvaarding uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats hier te lande bekend is. De (waarnemend) griffier heeft op 7 oktober 2014 een afschrift verzonden naar het adres [a-straat 1] te Amsterdam;
(iii) een tweetal ID-staten SKDB van 18 september 2014 en 7 oktober 2014, inhoudende:
"Huidig GBA-adres
Datum ingang 01-10-2012
Adres Brussel
Land België
Detentie adres
Niet gedetineerd
Laatst opgegeven woon- of verblijfplaats
Datum registratie 20-07-2012
Adres [a-straat 1]
Postcode en plaats [postcode] Amsterdam
Gemeente en land Amsterdam, Nederland"
5. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2014 houdt onder meer in:
"De verdachte[, gedagvaard als
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
adres: [a-straat 1], [postcode] Amsterdam,]
is niet verschenen.
De voorzitter deelt mede dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend en de dat de verdachte niet is gedetineerd.
Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering, strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van de verdachte in zijn hoger beroep, voor en legt die aan het hof over.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten. Hij deelt mede dat volgens de beslissing van het hof aanstonds uitspraak zal worden gedaan.
De voorzitter spreekt het arrest uit."
6. Wanneer volgens opgave van de BRP de verdachte naar een ander land is vertrokken, mag eerst dan worden aangenomen dat zijn woon- of verblijfplaats in het buitenland niet bekend is indien bij de desbetreffende gemeente - zonder resultaat - navraag is gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geadministreerd. [1] De Hoge Raad heeft bepaald dat vorenstaande ook geldt indien de genoemde opgave van de BRP weliswaar een plaats in een ander land inhoudt doch niet de nadere - voor betekening benodigde - adresgegevens. [2]
7. Het hof heeft geoordeeld dat "de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend en de dat de verdachte niet is gedetineerd". Gezien de inhoud van de hiervoor onder 4 (iii) weergegeven ID-staten SKDB had het hof evenwel alleen tot dat oordeel kunnen komen indien ten aanzien van de opgave in de BRP, inhoudende dat de verdachte ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in Brussel te België woonachtig was, de hiervoor onder 6 bedoelde navraag was gedaan en zonder resultaat was gebleven.
8. In aanmerking genomen dat het hof niet heeft blijk gegeven te hebben onderzocht of deze navraag is gedaan, is het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, ontoereikend gemotiveerd. Het middel klaagt daarover terecht.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317 rov. 3.20.
2.Vgl. HR 30 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0616, NJ 2010/198.