Conclusie
middelkomt op tegen het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat de appeldagvaarding aan de griffier was betekend, aangezien geen woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland bekend was. De verdachte verbleef op dat moment in Brussel, België, maar het hof heeft niet onderzocht of bij de laatst bekende Nederlandse gemeente navraag was gedaan of de verdachte bij vertrek een adres had opgegeven voor gerechtelijke mededelingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof slechts tot het oordeel kon komen dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend indien deze navraag was gedaan en zonder resultaat was gebleven. Omdat het hof dit onderzoek niet heeft verricht, is het oordeel ontoereikend gemotiveerd en wordt het arrest vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling waarbij het hof de navraagplicht moet onderzoeken en motiveren. Dit arrest benadrukt het belang van zorgvuldige betekening van dagvaardingen bij verblijf van een verdachte in het buitenland en de navraagplicht bij de Nederlandse gemeente.
De procedure omvatte een cassatieberoep tegen het arrest van het hof van 31 oktober 2014, waarin de verdachte bij verstek werd veroordeeld. De Hoge Raad geeft hiermee een belangrijke richtlijn voor de rechtsgeldigheid van betekening in hoger beroep bij onbekend verblijf in Nederland.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van de betekening.