ECLI:NL:PHR:2018:357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep mishandeling met verwerping noodweerverweren
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor twee gevallen van mishandeling gepleegd op 15 augustus 2013 in Heerlen. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar en een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad beoordeelde vier middelen van cassatie. Het eerste middel betrof de onvoldoende gemotiveerde verwerping van een verweer op grond van artikel 359a Sv over het ontbreken van camerabeelden. Dit verweer voldeed niet aan de vereisten van artikel 359a Sv, omdat onvoldoende is toegelicht welk vormvoorschrift was geschonden.
De tweede en derde middelen betroffen de verwerping van noodweerverweren ten aanzien van twee mishandelingsfeiten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de feiten en getuigenverklaringen juist heeft geïnterpreteerd en dat het verweer onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding die noodzakelijke verdediging rechtvaardigde.
Het vierde middel klaagde over het niet reageren op een betrouwbaarheidsverweer van de verdediging. De Hoge Raad stelde vast dat geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt was ingenomen dat een reactie vereiste. Gezien deze overwegingen verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof bleef in stand.