De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte, een rechtspersoon, is veroordeeld voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting over 2001 en 2002. De kern van het geschil is of het hof voldoende heeft gemotiveerd hoe het bewezenverklaarde verliesbedrag van circa €1.626.895 is opgebouwd.
Het hof stelde vast dat verliezen op aandelen, die privé door de bestuurder waren geleden, ten onrechte zakelijk bij de verdachte waren geboekt, waardoor te weinig vennootschapsbelasting werd geheven. Diverse bewijsmiddelen tonen transacties en overboekingen tussen de bestuurder, diens echtgenote en de verdachte, waaronder aandelenoverboekingen en waardeverminderingen.
De plv. AG concludeert dat het ontbreken van een expliciete motivering over de samenstelling van het bedrag niet tot vernietiging leidt, omdat het bedrag niet bepalend was voor de strafmaat en de bestuurder erkend heeft de verliezen ten laste van de verdachte te hebben geboekt. Daarnaast ontbreekt in cassatie een toelichting op het belang van het beroep.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte is door het hof veroordeeld tot een geldboete van €25.000 wegens het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting die leiden tot te weinig geheven belasting.