Conclusie
middelricht zich tegen de bewezenverklaring. De steller van het middel voert in de eerste plaats aan dat de bewezenverklaring uitsluitend dan wel in beslissende mate is gegrond op de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Daarnaast wordt aangevoerd dat de bewezenverklaring niet in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv.