Conclusie
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte in de aanvulling op het verkorte arrest de grondslag voor de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gewijzigd.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de ontnemingsmaatregel ter discussie die het hof had opgelegd aan betrokkene wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had in het verkorte arrest als grondslag voor de ontneming witwassen aangewezen, maar in de aanvulling op het verkorte arrest werd deze grondslag gewijzigd naar een feit dat soortgelijk is aan hennephandel. De Hoge Raad herhaalt dat volgens de wettelijke regeling alle beslissingen omtrent de ontnemingsmaatregel in het verkorte arrest moeten worden opgenomen en dat de aanvulling uitsluitend dient om bewijsmiddelen toe te voegen, niet om de grondslag te wijzigen.
De Hoge Raad oordeelt dat deze wijziging in de aanvulling een wezenlijke regel betreft en dat het niet naleven hiervan leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom wordt het bestreden arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing. Verder merkt de Hoge Raad op dat ook bij terugval op de oorspronkelijke grondslag witwassen niet zonder meer duidelijk is waarom de omzetting van vermogensbestanddelen tot een voordeel zou hebben geleid, hetgeen een punt van verdere beoordeling is.
De conclusie van de procureur-generaal ondersteunt de vernietiging en terugwijzing, en acht de overige middelen niet bespreekbaar. De zaak wordt hiermee teruggegeven aan het hof om de ontnemingsmaatregel opnieuw te beoordelen binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onrechtmatige wijziging van de grondslag voor de ontnemingsmaatregel in de aanvulling op het verkorte arrest, en de zaak wordt terugverwezen.