ECLI:NL:PHR:2018:492

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2018
Publicatiedatum
23 mei 2018
Zaaknummer
16/04859
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 588 SvArt. 27 SrArt. 26 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens te late indiening cassatieschrift

De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van bedreiging en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk.

De verdachte stelde beroep in cassatie in, maar het cassatieschrift werd niet binnen de wettelijke termijn ingediend. De aanzegging van de termijn werd op correcte wijze betekend aan de griffier omdat de woon- of verblijfplaats van de verdachte niet bekend was.

De schriftuur had uiterlijk op 15 mei 2017 ingediend moeten zijn, maar kwam pas op 16 en 17 mei binnen. De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarbij tevens wordt opgemerkt dat 15 mei 2017 geen erkende feestdag was.

Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van het gerechtshof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het cassatieschrift.

Conclusie

Nr. 16/04859
Zitting: 27 maart 2018
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
Bij arrest van 25 augustus 2016 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, de verdachte wegens 1 subsidiair “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”, 2 meer subsidiair “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”, 3 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II” en 4 “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (16/04547), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, heeft vijf middelen van cassatie voorgesteld.
Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Zoals blijkt uit de akte van uitreiking is de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv op 16 maart 2017 op de voet van art. 588, eerste lid, onder b, onder 3°, Sv betekend aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank ’s-Gravenhage, omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Uit de ID-staat SKDB betreffende de verdachte blijkt dat hij op 16 maart 2017 niet was gedetineerd en dat van hem sinds 13 januari 2017 geen BRP-adres bekend is. Per brief van 16 maart 2017 is aan de raadsman van de verdachte mededeling gedaan van de betekening van de aanzegging. In deze brief is opgenomen dat de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv op 16 maart 2017 is betekend en dat een op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep vereiste schriftuur, houdende middelen van cassatie, binnen zestig dagen na deze datum bij de Hoge Raad kan worden ingediend.
De schriftuur had op grond van art. 437, tweede lid, Sv uiterlijk op maandag 15 mei 2017 moeten worden ingediend. [1] Dat is niet gebeurd. De schriftuur is eerst op 16 mei 2017 per fax en op 17 mei 2017 per brief bij de Hoge Raad binnengekomen. [2] Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Ten overvloede wijs ik erop dat 15 mei 2017 geen algemeen erkende feestdag was.
2.Zie in dit verband ook A.J.A. van Dorst,