Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof met betrekking tot feit 1 ten onrechte althans ontoereikend gemotiveerd het beroep op de 'vijfvogelregeling' heeft verworpen.
“Vijfvogelregeling
Juridisch kader van de vijfvogelregeling
Vrijstelling?
tweede middel, dat betoogt dat ten aanzien van de vogels in de bewezenverklaring van feit 2, alle voor de invoer van gezelschapsvogels voorgeschreven maatregelen zijn genomen en dat daarom van het hof een nadere motivering mocht worden verwacht, behoeft gelet op mijn bespreking van het eerste middel, geen nadere aandacht meer.
derde middelkeert zich tegen de veroordeling voor feit 3, het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Ook dit middel gaat er weer van uit dat de vijfvogelregeling van toepassing zou zijn. In dat geval zou het oogmerk van de samenwerking niet gericht zijn op het plegen van misdrijven. Ook dit middel behoeft geen bespreking omdat naar mijn bij de bespreking van het eerste middel uiteengezette mening deze vrijstelling juist niet van toepassing is.