ECLI:NL:PHR:2018:560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatie wegens te late indiening schriftuur
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een eerder vonnis waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van valsheid in geschrift en witwassen.
De Hoge Raad oordeelt dat de schriftuur met de middelen van cassatie niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingediend. Hoewel de schriftuur gedateerd is op de laatste dag van de termijn, is deze pas twee dagen later bij de griffie van de Hoge Raad ontvangen. Er is geen uitstel aangevraagd.
Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv, en wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens te late indiening van de schriftuur.