Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
Volgens HCP (mvg 9.11) wordt de grens van de artikelen 9.3 en 9.4 overschreden wanneer het aantal pensioendeelnemers dat MN met behulp van de geleverde software administreerde, zou groeien door het doen van een overname van een organisatie of een andere transactie als bedoeld in artikel 9 van Pro de Raamovereenkomst (wat omschreven zou kunnen worden als niet-organische groei). De ratio daarvan was dat Aquila haar software wellicht aan die andere organisatie had kunnen verkopen. De bedoeling is (mvg 9.12) dat niet een potentiële klant van de markt verdwijnt. MN is het blijkens haar reactie op deze stellingname daarmee eens.”
Klant-op-l”, een voorgenomen herinrichting van de bedrijfsprocessen. Deze betrokkenheid zag ook op de pensioenadministratie. In het rapport
“Informatiearchitectuur Mn Services” van de hand van een medewerker van MN èn een medewerker van Aquila staan onder “Beleidsuitgangspunten” marktontwikkelingen vermeld:
“Mn Services wil 3x zo groot worden en voert hiertoe een offensieve strategie gericht op omzetgroei en verbetering van kwaliteit. Deze doelen zullen bereikt worden door (...) nieuwe opdrachtgevers (Buiten de MTB nieuwe opdrachtgevers werven, bijvoorbeeld andere pensioenfondsen. Fusie en samenwerking. Verregaande samenwerking met één of meerdere opdrachtgevers."Dit rapport verscheen in november 2001. In dezelfde maand hebben MN en Aquila een intentieverklaring getekend. Daarin is een regeling opgenomen voor het geval MN een ander bedrijf overneemt, door een ander bedrijf wordt overgenomen of met een ander bedrijf samengaat. Dan is MN een licentievergoeding verschuldigd. Deze gevallen zijn in de Raamovereenkomst uitgewerkt in onder meer de artikelen 9.3 en 9.4. In het kader van uitwisseling tussen partijen van teksten heeft [betrokkene 1] van Aquila in een e-mail over onder meer deze bepalingen geschreven dat hij de tekst nog eens goed heeft gelezen en geen belemmeringen ziet voor de groeistrategie van MN. Het hof gaat er daarom vanuit dat partijen ook met de bepalingen in de artikelen 9.3 en 9.4 voor ogen hadden dat MN het voornemen had te groeien door het werven van nieuwe opdrachtgevers. HCP stelt ook zelf dat de raamovereenkomst rekening houdt met de groeistrategie van MN en zelfs dat het de bedoeling van MN was nieuwe klanten te bedienen.
“de aanstelling van Mn Services als fiduciair vermogensbeheerder".Bij brief van 6 juli 2007 (productie 14 bij inl. dgv.) werd Aquila geïnformeerd dat MN en PME contracten hadden getekend op grond waarvan MN het fiduciair vermogensbeheer voor PME zou gaan uitvoeren. Het jaarverslag 2008 van MN (productie 27 bij akte van wijziging van eis, tevens akte in het geding brengen producties d.d. 12 september 2014 van HCP) houdt onder meer het volgende in:
In 2008 heeft Mn Services intensieve gesprekken gevoerd over een mogelijke samenwerking met Syntrus Achmea.(…)
In 2008 is ook gestart met de voorbereiding voor de transitie van de pensioenadministraties van (PME, hof) en (Koopvaardij, hof). Deze transactie moet in 2009 zijn afgerond(…).”
Nadat in 2007 (PME, hof) Cerestar en Nutreco kozen voor Mn Services, volgden in 2008 het vermogensbeheer van (...) Koopvaardij (…). PME besloot in 2008 net als Koopvaardij, ….om naast het vermogensbeheer ook de pensioenadministratie onder te brengen bij Mn Services. Beide fondsen brengen de administratie bij Mn Services onder in 2010.”
3.De bespreking van de cassatiemiddelen
fiduciair vermogensbeheervoor PME zou gaan uitvoeren (zie ook rov. 8 van het eindarrest, met verwijzingen aldaar naar de gedingstukken).
Dat maakt het volstrekt onredelijk om de boetebepaling toe te passen na het moment dat Aquila feitelijk door MN was geïnformeerd[cursivering A-G ]”. [25]
Subonderdeel aklaagt dat het hof in strijd met art. 24 Rv Pro de feitelijke grondslag van het verweer van MN heeft aangevuld, althans op ontoelaatbare wijze buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden, nu MN niet aan haar verweer tegen de boetevordering ten grondslag heeft gelegd dat de genoemde bepalingen onduidelijk waren.
dan wordt duidelijk in welke situatie een vergoeding op zijn plaats zou zijn. Zou MN zijn samengegaan met een (potentiële) klant van Aquila – te weten een concurrent van MN, zoals Syntrus Achmea – dan zou Aquila een (potentiële) klant verliezen. Dit heeft [betrokkene 1] ook verklaard ter comparitie. Voor die situatie werd een regeling in de Raamovereenkomst opgenomen. Nu deze situatie zich hier niet voordoet, kan van verschuldigdheid van een fee geen sprake zijn (zie ook de verklaring van HCP onder nr. 8 van het proces-verbaal)[cursivering A-G].”
Het verschil tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete: het gevorderde bedrag van EUR 10 miljoen per pensioenfonds is buitensporig ten opzichte van de werkelijke schade, zo er al sprake is van enige werkelijk geleden schade (HCP heeft namelijk niet gesteld en onderbouwd waar die schade uit zou bestaan). Dat Aquila daadwerkelijk schade heeft geleden is ook niet aannemelijk nu MN geen potentiële klant van Aquila uit de markt heeft gehaald. De pensioenfondsen PME en Koopvaardij hadden hun pensioenadministratie immers reeds uitbesteed aan Syntrus Achmea. Na de overgang van werknemers van Syntrus Achmea naar MN – wat Uw Hof redengevend acht voor het oordeel dat sprake is van een handelen als bedoeld in artikel 9.4 – bleef Syntrus Achmea een klant van Aquila.
in de memories van grieven en van antwoord[cursivering A-G ] al in beginsel zijn afgebakend en het hof op basis daarvan de bindende eindbeslissingen heeft gegeven, geldt dat partijen dat verweer eerder had kunnen en moeten voeren en dat zij handelen in strijd met de eisen van een goede procesorde en met het daarin besloten liggende beginsel van concentratie van het processuele debat, tot uitdrukking komend in de tweeconclusie-regel.”
toevoeging A-G] onderdeel b staat toe dat bij de omzetting van de richtlijn overeenkomsten die gesloten zijn voor 8 augustus 2002 worden uitgesloten van de toepassing van de richtlijn. Van deze mogelijkheid wordt bij de omzetting gebruik gemaakt.
De overgangsregeling houdt in dat bij relevante handelstransacties pas met ingang van 8 augustus 2002 rekening behoeft te worden gehouden met de werking van de richtlijn[cursivering A-G].” [39]