Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting, klaagt dat het Hof het aangaande feit 1 gedane beroep op noodweer(exces), zonder antwoord te geven op enkele uitdrukkelijk door de verdediging onderbouwde standpunten, op ontoereikende gronden heeft verworpen.
“Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de verdachte
Artikel 1:115
NJ2016/316, m.nt. Rozemond heeft de Hoge Raad met betrekking tot noodweer het volgende overwogen: [1]
tweede middelklaagt dat het Hof het beroep op noodweer(exces) onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen doordat het de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit strafbaar heeft geacht op grond van een groot aantal, deels door de verdediging betwiste, feiten en omstandigheden zonder daarbij de bewijsmiddelen aan te wijzen waaraan het die feiten en omstandigheden heeft ontleend.
NJ2006/371, die daaraan toevoegt dat art. 359, tweede lid, Sv dit niet anders maakt. Hetzelfde heeft te gelden voor (het materieel gelijkluidende) art. 402, tweede lid, Sv Sint Maarten.
derde middelklaagt dat het Hof bij de beoordeling van het onder 2 tenlastegelegde feit de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten en is overgegaan op een gedeeltelijke bewezenverklaring zonder dat voldoende duidelijk is waarop deze betrekking heeft.