Conclusie
H. Steenbergen (hierna: Steenbergen) benoemd tot deskundige om een voorlopig deskundigenbericht uit te brengen.
Was de mooring met daaraan afgemeerd het vaartuig, zonder dat de staalkabel behept zou zijn met roestvorming dan wel metaalmoeheid, voldoende sterk/zou zijn geweest om de storm op 6 september 2022 [7] te trotseren
Is de kabel gebroken door roestvorming of metaalmoeheid ?
Heeft de door nautisch expert [betrokkene 1] vastgestelde roestvorming de breekbelasting van de staalkabel zodanig doen afnemen, dat die zeker zou breken indien sprake zou zijn van een storm zoals die op 6 september 2011 heeft gewoed?
Hoe vaak en op welke wijze dient onderhoud te worden gepleegd aan een dergelijke staalkabel, wanneer deze onder dergelijke (zoutwater) condities wordt gebruikt?
Wat is de levens duur van een dergelijke kabel wanneer deze onder dergelijke omstandigheden in zout water wordt gebruikt ? Na hoeveel maanden/jaren dient een staalkabel te worden vervangen wanneer deze onder dergelijke condities wordt gebruikt.
Vraag 1 en 8 zijn van gelijke strekking. Ja, aangenomen kan worden dat de kabel zou hebben voldaan aan de vereiste sterkte.
-. De verzekeraars hebben in het incident verweer gevoerd.
Onderdeel 1richt zich tegen rov. 3.5.1 en (een gedeelte van) de rov. 3.5.2 en 3.5.5, waarin het hof het volgende heeft overwogen (voor de goede orde citeer ik tevens rov. 3.5):
grief 4en
5.2.
subonderdeel 1.1heeft het hof de grieven en de daarop gegeven toelichting van [eiser] ten onrechte te beperkt gelezen/uitgelegd en daardoor, in strijd met art. 24 Rv Pro, niet al hetgeen [eiser] heeft aangevoerd heeft betrokken in zijn oordeelsvorming omdat [eiser] in de toelichting op grief 4 het oordeel van de rechtbank dat ervan moet worden uitgegaan dat het gedeelte van de splashzone ten tijde van het incident zichtbaar corrosie vertoonde die [eiser] had moeten opmerken en dat hij de (gehele 60 meter lange) kabel onmiddellijk had dienen te vervangen, wel degelijk heeft bestreden [19] .
subonderdeel 1.2, dat het oordeel van het hof in rov. 3.5.1 onbegrijpelijk is.
“Grief 4: ten onrechte overweegt de rechtbank
[eiser]bij zijn controle op 05 september 2011 de
aanzienlijke matevan corrosie had moeten opmerken (rechtsoverweging 2.7. op pagina 3 van het
vonnis a quo)
er van moet worden uitgegaan dat (…) de splash zone (...) ten tijde van het incident zichtbaar corrosie vertoonde(rechtsoverweging 2.5. op pagina 2 van het
vonnis a quo).
expert [betrokkene 1], die bij zijn inspectie van (het ‘splashzonedeel’ van) de kabel eveneens heeft geconstateerd dat deze een aanzienlijke mate van corrosie vertoonde(rechtsoverweging 2.5 op pagina 3 van het
vonnis a quo).”
zwaar verroest), gegeven de kwalificatie van
dezelfde(schoon geborstelde) kabel op foto 2 (
in redelijke staat), tot het oordeel is kunnen komen dat er van moet worden uitgegaan (dus niet vast staand) dat het
splash zone-gedeelte van de kabel, ten tijde van het incident (lees: op 05/06 september 2011) zichtbaar corrosie vertoonde, een corrosie die
[eiser]had moeten opmerken en hij de (gehele 60 meter lange) kabel onmiddellijk had dienen te vervangen.”
splash zone-gedeelte van de kabel roest zou hebben bevonden, hoe stelt de rechtbank zich dan de
onmiddellijke vervanging van de gehele kabelvoor? En wat dienen wij in deze te verstaan onder onmiddellijke vervanging van de kabel? Op 05 dan wel 06 september 2011 tijdens een noodweer?
[eiser]op 05 september 2011 sprake zou zijn geweest van zodanige roestvorming dat hij had moeten besluiten om de gehele kabel te vervangen (quod uitdrukkelijk non) dan zou
[eiser]dat -gegeven het noodweer van 05 op 06 september 2011- helemaal niet hebben kunnen doen waarbij nog komt, dat hij met het
vaartuigniet in één van de (beschutte) (jacht)havens in de buurt werd toegelaten (overmacht).”
zichtbaarwas in de splashzone – heeft het hof, door niet op de in het subonderdeel genoemde stellingen uit de memorie van grieven (pag. 11, 12 en 14 onderaan) in te gaan, geen essentiële stellingen miskend.
subonderdeel 2.2zijn daarmee, of daarnaast, de oordelen van het hof in rov. 3.5.2 e.v. onbegrijpelijk in het licht van de gedingstukken, waaronder de stellingen/verweren waarnaar in subonderdeel 2.1 wordt verwezen, en de door het hof genoemde e-mail van 2 oktober 2011 (rov. 2.7) en foto(‘s) van partij-deskundige [betrokkene 1] (rov. 2.10). Gezien de betwisting door [eiser] is volgens het subonderdeel onbegrijpelijk dat/hoe het hof op grond van ‘deze gegevens’ - die volgens het onderdeel geen betrekking hebben op de staalkabel te hoogte van de splashzone - heeft kunnen komen tot zijn beantwoording van de vragen of [eiser] corrosie aan de splashzone heeft waargenomen althans had (kunnen en) moeten waarnemen en of die waarneming aanleiding had moeten zijn om maatregelen te treffen, bevestigend heeft beantwoord.
[eiser]brengt in het geding een foto van de staalkabel, welke foto op 07 september 2011 werd genomen. Op de foto is de voormelde circa 13 meter lange staalkabel te zien onverdeeld in:
Kunt u op basis van de volgens [eiser] op de dag van het incident genomen foto beoordelen wat de staat van de kabel toen was? Wat gebeurt er met de staat van de staalkabel als deze 23 dagen buiten ligt (boven water)?
bijlage 6voeg ik een drietal foto’s bij;
foto 1betreft de onderhavige staalkabel voordat die ontroest werd,
foto 2toont de staalkabel nadat die met een staalborstel schoon geborsteld was en
foto 3geeft een voorbeeld van wat werkelijk putcorrosie is (foto 3 laat de aluminium perskous waarmee de lus in de onderhavige staalkabel was gemaakt)”
“Grief 4
(...) de door [eiser] overgelegde foto’s van dat kabelgedeelte (...)
[eiser]in het geding heeft gebracht met bijlage 6 bij de brief van 30 december 2014 (zie bijlage 6 van
productie 1 van de conclusie na deskundigenbericht d.d. 20 mei 2015), op grond van welke foto
Steenbergen, naar aanleiding van het door
[eiser]gestelde onder Ad 6. op pagina 4 van voormelde brief, aangeeft, dat hij
met zekerheidkan stellen dat de kabel op foto 1
zwaar verroestis en dat de kabel op foto 2
in ogenschijnlijk redelijke staatverkeert, dit alles terwijl hij, in eerste instantie, vraag 6 (
DHS3/
DHS4) beantwoordt met
Nee, dat is van een foto niet te beoordelen.
productie 4.
Steenbergenopeens met zekerheid kan stellen, dat sprake is van een zwaar verroeste kabel terwijl hij aanvankelijk heeft aangegeven, dat hij de staat van een kabel niet van een foto kan beoordelen, wordt uit zijn rapportage niet duidelijk.
productie 4) zijn door
[eiser]op 14/15 oktober 2014(!) gemaakt, dus ruim drie jaren na het schadevoorval.
splash zone-gedeelte van de kabel, lees: de bovenste 02 / 03 meter van de staalkabel waarvan, in eerste instantie, de controle beperkt kan blijven tot een visuele controle.
productie 1van de
conclusie na deskundigenbericht d.d. 20 mei 2015) in eerste aanleg in het geding heeft gebracht, is in deze niet relevant omdat
[eiser]daarmee alleen een voorbeeld van -niet gestelde- putcorrosie heeft willen geven.
Steenbergenals
zwaar verroesten
dezelfde, maar dan schoon geborstelde, kabel op foto 2 kwalificeerde Steenbergen als in
ogenschijnlijk redelijke staat....”
Steenbergen, naar de mening van
[eiser], overigens tevens tekort schiet, is het feit, dat hij geen onderscheid maakt tussen het
uiterlijkvan de kabel en de
staat(lees: conditie) waarin de kabel zich daadwerkelijk bevindt.
Steenbergenmet betrekking tot de kabel op foto 1 dat deze
zwaarverroest is hetgeen iets zegt over het
uiterlijken niets over de
conditieen met betrekking tot de kabel op foto 2 stelt
Steenbergen, dat de kabel zich ogenschijnlijk in
redelijkestaat bevindt hetgeen iets zegt over de
conditievan de kabel.
zwaar verroestmet betrekking tot de kabel op foto 1 zegt
Steenbergendus niets over de
conditievan de kabel op foto 1 en dit laatste kan hij ook niet omdat men althans Steenbergen -zoals hij in eerste instantie heeft aangegeven- aan de hand van foto’s de
staat(
conditie) van de kabel niet kan beoordelen.
splash zone-gedeelte van) de kabel eveneens heeft geconstateerd dat het
splash zone-gedeelte van de kabel een aanzienlijke mate van corrosie vertoonde.
aanzienlijke mate van corrosie) voorbij dienen te gaan, dit laatste nog afgezien van het feit, dat daarmee niet de conditie is gegeven waarin de staalkabel zich, ten tijde van het maken van de foto’s door expert [betrokkene 1], daadwerkelijk bevond.
[eiser]op 05 september 2011 heeft geconstateerd, heeft hij inderdaad als ‘vliegroest’ gekwalificeerd maar die kwalificatie is niet juist.
[eiser]heeft bedoeld aan te geven dat de roest op het
splash zone-gedeelte van de kabel
oppervlakkige roestwas die geen materiaal afname veroorzaakt (lees: waardoor de MBL niet afneemt).
oppervlakkige roest, heeft
[eiser], naar zijn mening, wèl aangetoond met voormelde twee foto’s (
productie 4); nadat het
splash zone-gedeelte van de kabel,
in oktober 2014, van de oppervlakkige roest was ontdaan, kwalificeerde
Steenbergendat gedeelte als
inogenschijnlijk
redelijke staat.... Bovendien geldt, dat het
splash zone- gedeelte, tijdens de trekproef, eerst bij 7,56 ton brak ofwel, tijdens de trekproef, nog een ruim voldoende MBL had. (…) ”
zwaar verroest”.Nu onbestreden is (zie hiervoor de behandeling van onderdeel 1) dat indien corrosie zichtbaar is in de splashzone de in de polisvoorwaarden voorgeschreven onderhouds- en zorgplicht meebrachten dat de rest van de kabel diende te worden geïnspecteerd en dat bij aanzienlijke corrosie in de splashzone de kabel zo spoedig mogelijk diende te worden vervangen, kon het hof volstaan met de motivering dat “niet bepalend [is] dat de deskundige Steenbergen in zijn rapport op basis van een (andere, door [eiser] gemaakte) foto geen stellige uitspraken kan doen over de staat van de kabel.”
subonderdeel 3.1brengt gegrondbevinding van (één of meer) klachten van onderdeel 2 mee dat rov. 3.5.4 evenmin in stand kan blijven, nu - kort gezegd - [betrokkene 1] de kabel rondom het ‘breukvlak’ heeft onderzocht en beoordeeld, terwijl Steenbergen het gedeelte van de kabel ter hoogte van de ‘splashzone’ heeft onderzocht waarover hij juist constateerde dat deze tijdens de controle door [eiser] (ogenschijnlijk) ‘in redelijke staat’ verkeerde, en aldaar niet zag op een aanzienlijke, laat staan ernstige, corrosie van deze staalkabel.
ubonderdeel 3.2klaagt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is voor zover het hof zich daarbij heeft gebaseerd op de door Steenbergen bedoelde (mate van) roestvorming bij opslag van staalkabels als de onderhavige in de open lucht. Volgens het subonderdeel doelde Steenbergen in zijn aanvullend rapport (rov. 2.14) op de opslag van ‘niet in gebruik zijnde’ kabels die in regen en wind niet noemenswaardig worden beïnvloed door de zinklaag die tegen corrosie afdoende bescherming geeft, terwijl bij een ‘in gebruik zijnde’ kabel, waarvan hier sprake was, het zink wegslijt waarbij corrosie, bij opslag in de openlucht, alleen kan worden beperkt door ‘navetting’. Nu er in cassatie (bij wijze van hypothetisch feitelijke grondslag) veronderstellenderwijs vanuit kan worden gegaan dat géén sprake is geweest van ‘navetting’ van de opgeslagen staalkabel [34] , is de motivering van het hof in rov. 3.5.4, gelezen in samenhang met het overwogene in rov. 2.5 van het eindvonnis waarvan beroep, niet toereikend, want: niet concludent, aldus onderdeel 3.2.
subonderdeel 4.1, dat, anders de algemene klacht van onderdeel 4 vermeldt, zich richt tegen de slotsom waartoe het hof in rov. 3.5.5 is gekomen. De desbetreffende rov. luidt als volgt:
per definitiebij storm niet mag worden afgemeerd met een mooring en steeds in de haven moet worden geschuild, mist derhalve feitelijke grondslag.
productie 6). Hier stelt [A]:
productie 7). Op deze website schrijft [A] het volgende: