Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
Op 13 september 2015 werd in Schiedam een voertuig gecontroleerd waarin verdachte als passagier zat. In het voertuig werden twee gripzakjes met amfetamine aangetroffen, evenals een stroomstootwapen. De medeverdachte verklaarde dat de drugs gezamenlijk van hem en verdachte waren.
Het gerechtshof Den Haag veroordeelde verdachte op 13 oktober 2016 wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie tot een taakstraf en geldboete.
In cassatie stelde verdachte een middel in dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd zou zijn, met name dat wetenschap van de aanwezigheid van drugs niet automatisch nauwe en bewuste samenwerking impliceert. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalt omdat uit de verklaring van de medeverdachte blijkt dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.