Conclusie
middelklaagt over het oordeel van het hof dat de mishandeling wederrechtelijk was omdat de verdachte bij de aanhouding disproportioneel heeft gehandeld.
Overweging met betrekking tot het bewijs
(de latere aangever)heeft vastgegrepen. Aangever probeerde zich los te trekken en vervolgens vielen zij allebei op de grond, terwijl verdachte aangever nog steeds vast had. Volgens verdachte heeft hij zijn knie op de borst van aangever gezet en kan het zijn dat hij hem bij zijn keel heeft vastgepakt.
(het hof begrijpt: verdachte)vanachter een struikgewas tevoorschijn die tegen hem aan fietste, waardoor aangever met de fiets omviel en de man bovenop hem terechtkwam, en hem beetpakte bij zijn jas en tegen de grond drukte. Verdachte pakte aangever bij zijn keel vast en drukte met zijn knie op zijn borst.
middelfaalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.