Conclusie
1.Feiten en procesverloop
€ 42.076,51(75.000 - 32.923,49). (…)”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.1.1), (ii) hetgeen blijkens het proces-verbaal ter comparitie van partijen in hoger beroep namens de gemeente is verklaard en hoe deze verklaring door de voorzitter van het hof is opgevat (
subonderdeel 1.1.2) en (iii) de (strikt te lezen) bewoordingen van de bankgarantie waarin de ABN AMRO zich tegenover de gemeente heeft verplicht tot vergoeding van ‘alle schade’ als gevolg van een tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst door de curator (
subonderdeel 1.1.3).
subonderdeel 1.1.1aanvoert, naar mijn mening niet onbegrijpelijk in het licht van de stellingen van de gemeente in nr. 72 en 78 van de memorie van antwoord, waarnaar het hof in rov. 5.10 verwijst. In deze onderdelen van de memorie van antwoord staat, voor zover relevant, het volgende (ik citeer volledigheidshalve ook de nrs. 69-71 en 73-74):
Tengevolge van het faillissement van [A] BV heeft de Gemeente dan ook uitsluitend vergoeding ontvangen van de gederfde huurinkomsten, maar geen vergoeding ontvangen voor de waardevermindering die het pand heeft ondergaan tengevolge van de jarenlange leegstand.In tegenstelling tot hetgeen [verweerster] suggereert is de door de Gemeente geleden schade door de eigendomsoverdracht per 19 februari 2016 dan ook geenszins beperkt.
De waardevermindering van (€ 450.000,— min € 339.000,— =) € 111.000,— komt volledig voor eigen rekening van de Gemeente.
Immers, de Gemeente heeft, zelfs nadat de gederfde huurpenningen zijn vergoed, per saldo nog een schade van maar liefst € 111.000,- die, bij gebreke van verhaalsmogelijkheden, volledig voor eigen rekening van de Gemeente komt.
Integendeel, per saldo heeft de Gemeente € 111,000,-- te weinig ontvangen, welke schade uiteindelijk volledig voor eigen rekening van de Gemeente komt.” (witregels weggelaten, onderstr. toegevoegd; A-G)
alle gederfde huurinkomsten, dus ook die van ná de eigendomsoverdracht op 16 februari 2016, kan verhalen op basis van de bankgarantie (zodat zij via de band van gederfde huurinkomsten alsnog een vergoeding ontvangt voor de waardedaling van het pand). Dat het hof de stellingen van de gemeente aldus heeft geïnterpreteerd blijkt niet alleen uit rov. 5.10, maar volgt ook uit de door de voorzitter ter comparitie gemaakte opmerking en gestelde vraag:
De voorzitter: Waarom gaat de gemeente voor de elf maanden gederfde huurpenningen? Als de gemeente geen eigenaar meer is van het pand, kan er geen schade meer worden geleden door het mislopen van huurpenningen. Waarom is de waardevermindering van het pand te zien als schade in de vorm van gederfde huurpenningen, welke kan worden verhaald middels de bankgarantie?” [5]
onderdeel 1.1.2aanvoert, dat de gemeente de bedoeling heeft gehad om de huurpenningen en ‘eventuele andere schade’ met de afgesproken bankgaranties te dekken, [6] blijkt daaruit niet dat zij vervolgens de waardedalingsschade expliciet aan de orde heeft gesteld, noch dat zij heeft aangevoerd dat deze op grond van de bankgarantie voor (zelfstandige) vergoeding in aanmerking komt. Ook de bij 2.5.3 vermelde reactie van de voorzitter duidt daar niet op.
subonderdeel 1.1.3op de bewoordingen van bankgarantie. Het staat de rechter immers niet vrij om zijn beslissing te baseren op rechtsgronden of verweren die weliswaar zouden kunnen worden afgeleid uit in het geding gebleken feiten en omstandigheden, maar die door de desbetreffende partij niet aan haar vordering of verweer ten grondslag zijn gelegd, omdat de wederpartij daardoor wordt tekortgedaan in haar recht zich daartegen naar behoren te kunnen verdedigen. [7]
subonderdeel 1.3.2miskent het hof in rov. 5.10, derde volzin, dat de eigendomsoverdracht van het pand weliswaar het gemis aan huurpenningen beperkt, maar niet de waardedalingsschade. Indien de gemeente, zoals subonderdeel 1.1 betoogt, heeft gesteld dat zij de bankgarantie ook mocht trekken voor de waardedalingsschade mocht zij de garantie trekken voor het volle bedrag ervan. Volgens
subonderdeel 1.3.3gaat het hof in rov. 5.10 om het eigenlijke punt heen, namelijk dat de gemeente de bankgarantie ook mocht trekken voor de waardedalingsschade.