Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten, meer in het bijzonder dat het hof: a) als schakel in de bewijsconstructie de zgn. “Maastrichtse zaak” gebruikt, terwijl de verdachte voor die “Maastrichtse zaak” niet onherroepelijk is veroordeeld, b) het telefoonnummer eindigend op 224 ten tijde van de bewezenverklaarde feiten aan de verdachte koppelt en c) de woninginbraak bewezenverklaard in feit 1 onder 3 onder dezelfde modus operandi (Zoetermeer) heeft gebracht.
tweede middelklaagt over het bewezenverklaarde “medeplegen” van een van de bewezenverklaarde pogingen tot woninginbraak en wel die op de [g-straat 1] te Eindhoven. Uit de voor dat feit gebezigde bewijsmiddelen zou verdachtes betrokkenheid niet kunnen worden afgeleid.
beidenummers beschikte. Dat kan in ieder geval niet uitgesloten worden. Op de camerabeelden bij een tankstation in Breda wordt kennelijk maar één persoon gezien, en die wordt geïdentificeerd als de medeverdachte [medeverdachte]. Het enige dat aan betrokkenheid van de verdachte doet denken is dat de auto net als bij andere feiten in de straat van de verdachte wordt gelokaliseerd in de ochtend en na afloop.