ECLI:NL:PHR:2018:730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte bij arrest van 12 juni 2017 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor meerdere diefstallen gepleegd door middel van braak en inklimming, gepleegd door twee of meer verenigde personen, alsmede deelneming aan een criminele organisatie. De veroordeling omvatte diverse diefstal delicten gedurende de nachtelijke uren en poging daartoe.
Verdachte stelde op 26 juni 2017 beroep in cassatie in. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 6 december 2017 aan verdachte persoonlijk betekend. Echter, binnen de vereiste termijn van twee maanden na betekening werd door of namens verdachte geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend.
Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro leidt het ontbreken van tijdige indiening van middelen tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. Er is samenhang met andere zaken, maar deze conclusie betreft uitsluitend het ontbreken van middelen in deze zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.