Conclusie
FNV/ [A] ,waarin eveneens de uitleg van een CAO-bepaling aan de orde is. [1] Het leek mij doelmatig om de conclusie in deze zaak te vervroegen zodat beide zaken gelijk op kunnen lopen.
1.Feiten
Artikel 37
2.Procesverloop
dagdienstwerd verstaan: “
werkzaamheden op de dagen van maandag t/m vrijdag, liggend in de periode van 06.00 tot 20.00 uur daaropvolgend. [10]
nachtritin de zin van voornoemde bepaling moet worden verstaan een rit tussen 00.00 uur en 04.00 uur. Onder het begrip
nachtritkunnen niet tevens werkzaamheden tussen 20.00 en 00.00 uur worden verstaan; die werkzaamheden dienen volgens haar te worden aangemerkt als avonddienst. De CAO geeft weliswaar geen definitie van
nachtrit, maar [eiseres] stelt dat moet worden aangesloten bij art. 1:7 lid 1 sub d Arbeidstijdenwet Pro. Daarin wordt onder
nachtdienstverstaan een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. [eiseres] stelt dat zij derhalve slechts verplicht is de nachttoeslag te betalen indien er gewerkt wordt tussen 00.00 en 04.00 uur. [11]
nachtritin art. 37 CAO Pro moet worden uitgelegd als een rit waarin tussen 20.00 en 04.00 uur werkzaamheden worden verricht en de vorderingen van FNV toegewezen. Daarbij is de dwangsom gemaximeerd op een bedrag van € 50.000,-.
De eerste vijf grievenhebben de kennelijke strekking te betogen dat de door de kantonrechter gebezigde uitleg van artikel 37 van Pro de CAO onjuist is en dat de uitleg van dat artikel als door [eiseres] voorgestaan dient te worden gevolgd. Ter toelichting heeft [eiseres] daarbij samengevat het volgende gesteld. De kantonrechter heeft ten onrechte betekenis toegekend aan de CAO’s tot 1994, nu sedertdien het begrip ‘dagdienst’ is geschrapt terwijl ook de tijden waarover voorheen een nachttoeslag betaald diende te worden zijn gewijzigd. Voorts is het door de kantonrechter gebezigde toetsingscriterium ‘hoe de werknemer de tekst in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen begrijpen’ onjuist. Voor zover daarbij is gedoeld op de Haviltex-uitlegmaatstaf dan wel een uitleg van de tekst ‘contra proferentem’ wordt beoogd, miskent de kantonrechter dat de toetsing uitsluitend aan de zogenoemde cao-norm dient plaats te vinden. Zelfs indien voor de uitleg van het betreffende artikel toch enig gewicht zou toekomen aan de cao’s tot 1994 dan sluit het in die cao’s gebezigde begrip dagdienst (06.00 tot 20.00 uur) noch aan bij het standpunt van FNV over wat dan een nachtdienst is (20.00 tot 04.00 uur) noch bij het standpunt van [eiseres] (00.00 tot 06.00 uur), zodat deze uitleg als zodanig niet van belang is voor het onderhavige geschil. Ten slotte is de kantonrechter eraan voorbijgegaan dat de rechtbank Middelburg, locatie Terneuzen, in zijn vonnis van 18 oktober 2006 reeds had geoordeeld dat de door [eiseres] voorgestane uitleg, te weten slechts uren vergoeden die in een eendaagse rit daadwerkelijk in de nacht vallen, derhalve na 00.00 uur, de juiste is. FNV heeft deze uitleg destijds ook omarmd.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
gestart. In hoger beroep heeft [eiseres] gesteld dat die uitleg van haar stellingen onjuist is en verdedigd dat voor de verschuldigdheid van een vergoeding vereist is dat een werknemer tenminste
één uur na 00.00moet hebben gewerkt. [15] Het thans in cassatie ingenomen standpunt wijkt daar weer enigszins van af: de toeslag voor de uren tussen 20.00 en 24.00 uur is (alleen) verschuldigd als een rit
ten minste gedeeltelijk na 24.00valt. [16] Ik ga van die laatste versie uit.
The provision means what it says.
indienna middernacht moet worden gereden. Zij stelt niet:
indien en voor zoverer na middernacht wordt gereden, omdat dan in het tweede voorbeeld slechts over twee uur (van 24.00 tot 02.00 uur) een toeslag verschuldigd zou zijn. Als deze uitleg wordt gevolgd, hangt het recht op een toeslag over de uren vóór 24.00 uur dus af van het toevallige – en mogelijk te beïnvloeden [17] – moment waarop de rit eindigt. De chauffeur die om 23.45 binnen is krijgt geen toeslag, zijn collega die om 00.15 klaar is krijgt die toeslag wél. Deze uitleg leidt tot ongelijke behandeling van (sterk) vergelijkbare situaties en daarmee tot onaannemelijke rechtsgevolgen.
nachtin dat artikel iedere onderscheidende betekenis ontbeert.
FNV/Condor. [20]
nachtritniet is gedefinieerd, ziet eraan voorbij dat de door het hof in rov. 3.4.3 aan art. 37 CAO Pro gegeven uitleg impliceert dat dit begrip op die plaats wél nader is omlijnd: een rit die valt in het genoemde tijdsbestek van 20.00 en 04.00 uur is aan te merken als een nachtrit in de zin van de bepaling.
dienstwordt gedefinieerd als een dienst waarin arbeid wordt verricht tussen 00:00 en 06:00 uur, [25] komt hier evenmin betekenis toe, zoals het hof in rov. 3.4.4 heeft overwogen. Uit de CAO blijkt niet - [eiseres] stelt dat ook niet - dat de CAO-partijen voor het begrip nacht
ritdaarbij hebben willen aansluiten.
nachtdienst, sluiten die diensten overigens niet aan bij de definitie in de Arbeidstijdenwet. Zo wordt in art. 36 lid 2 waar Pro het de ploegendiensttoeslag betreft, gesproken van
“een nachtdienst die begint op of na 22.00 uur danwel eindigt na 02.00 uur”en wordt in het hoofdstuk
‘Logistieke dienstverlening’in art. 53 lid 4 gesproken Pro van
“een nachtdienst tussen 18.00 respectievelijk 19.00 uur en 06.00 respectievelijk 07.00 uur”. [26] Ook dit pleit er tegen het begrip
nachtritaan de hand van de Arbeidstijdenwet uit te leggen.
De Heel/Huisman [28] heeft de Hoge Raad beslist dat de tekst van een vorige, inmiddels
vervallen verklaarde CAO-bepalingonder omstandigheden in aanmerking mag worden genomen bij de uitleg van een andere bepaling in een daaropvolgende CAO. Bijzondere omstandigheid was destijds dat de tekst van de vervallen bepaling een objectief kenbare interpretatiefactor vormde doordat de latere CAO een van een toelichting voorziene vermelding van de vervallenverklaring bevatte. [29] Bij het gebruik van een eerdere CAO als interpretatiefactor voor een latere CAO is terughoudendheid geboden. Die terughoudendheid heeft het hof hier onvoldoende betracht. In het onderhavige geval verwijst de uit te leggen CAO op geen enkele wijze naar de tekst van de CAO’s geldend vóór 1994. Daarbij komt dat de door het hof in aanmerking genomen CAO’s bijna twintig jaar ouder zijn dan de uit te leggen CAO. Van een objectief kenbare interpretatiefactor is onder die omstandigheden geen sprake.
latereversies (niet eerdere versies) van dezelfde CAO rekening kan worden gehouden [30] volgt m.i. niet uit het door FNV genoemde arrest van 23 september 2016. [31] De Hoge Raad merkt in dat arrest in rov. 3.4.4 slechts op dat de eerder in rov. 3.4.3 gegeven uitleg strookt met de latere versies van de CAO. Deze latere versies worden derhalve niet als argument bij de uitleg zelf betrokken. [32] Voorts is nog van belang dat art. 37 lid 1 van Pro de CAO 2017-2019, waarnaar door FNV in haar schriftelijke toelichting onder 25 wordt verwezen, slechts wat betreft het vermelde sub b algemeen verbindend is verklaard. In zijn algemeenheid geldt dat voor een CAO-overstijgende blik in beginsel geen plaats is, gezien de eis van objectieve kenbaarheid. [33]
contra proferentemdient te worden uitgelegd. [34] De klacht, die overigens niet is terug te vinden in het middel zelf, mist feitelijke grondslag nu het hof zulks niet heeft aangenomen.