“Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 15-106965-14 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-086709-15 onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal melden bij GGZ Reclassering Palier, Stationsplein 21 te Heerhugowaard op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht en zal meewerken aan een intake, diagnose en daaruit voortvloeiend behandelaanbod bij de GGZ of soortgelijke instelling, daaronder begrepen de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname voor maximaal zeven weken en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 15- 106965-14 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-086709-15 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde meldplicht en zo nodig behandelverplichting van de reclassering, als dat wordt aanbevolen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte is op 9 mei 2014 op heterdaad betrapt bij een winkeldiefstal. Een winkeldiefstal is een hinderlijke feit, dat voor gedupeerde ondernemers niet alleen financiële schade oplevert, maar ook overlast en ergernis. De verdachte heeft door zo te handelen geen respect getoond voor het eigendom van de betreffende onderneming.
Tevens had de verdachte die dag een hoeveelheid amfetamine bij zich.
Het is verboden een dergelijk materiaal voorhanden te hebben. Een middel als het onderhavige kan bij gebruik daarvan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
Door het ook voorhanden hebben van een boksbeugel had de verdachte een wapen ter beschikking waarmee potentieel aanzienlijk letsel aan derden kan worden toegebracht.
Op 4 mei 2015 is bij een doorzoeking van de woning van de verdachte voorts een intimiderende hoeveelheid andere wapens aangetroffen te weten: een ploertendoder, een stroomstootwapen, een gasdrukpistool, een alarmpistool met munitie alsmede een gebruiksklaar machinepistool, met bijbehorende munitie. Het voorhanden hebben van dergelijke wapens creëert het gevaar van het daadwerkelijk gebruik daarvan.
Met een gasdrukpistool en een alarmpistool (met munitie) kan een dreigende, angstige situatie worden geschapen voor (al dan nietsvermoedende) derden die met het gebruik dan wel de aanwezigheid daarvan worden geconfronteerd.
Ook van het alleen al tonen van een stroomstootwapen kan een intimiderende werking op andere personen uitgaan. Het daadwerkelijk gebruik daarvan kan voorts heftige pijn bij derden en tijdelijke uitval van bewegingsvrijheid tot gevolg hebben.
Het voorhanden hebben van een ploertendoder brengt een onaanvaardbaar veiligheidsrisico met zich nu dit wapen geschikt is om dusdanig letsel toe te brengen dat daarmee de gezondheid van anderen ernstig kan worden geschaad en zelfs hun leven in gevaar kan worden gebracht.
Dit geldt in nog sterkere mate voor het voorhanden hebben van een machinepistool met bijbehorende munitie. Het gevaar dat daartoe onbevoegde personen een dergelijk professioneel wapen waarmee gemakkelijk letaal letsel kan worden toegebracht brengt dusdanig grote gevaren voor de gezondheid en veiligheid van derden met zich dat het hof daar zeer zwaar aan tilt.
Gelet op de ernst van de feiten als de onderhavige, en met name gezien het gevaarzettend karakter en de aard van de diverse wapens die bij de verdachte zijn aangetroffen, kan geen andere straf passend worden geacht dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
Hiermee wijkt het hof af van de in eerste aanleg opgelegde en in hoger beroep door de advocaat-generaal gevorderde straf, omdat het hof van oordeel is dat deze onvoldoende recht doet aan de ernst van deze feiten.
In het vorenstaande ligt besloten dat het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, als ter terechtzitting besproken geen aanleiding ziet een lagere straf op te leggen dan de hieronder bedoelde.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.”