Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Belang bij het cassatieberoep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1richt zich tegen rechtsoverweging 9-14 van het arrest van 6 juni 2017, waarin het hof heeft overwogen:
onder 1.1dat deze rechtsoverwegingen rechtens onjuist, althans zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet voldoende begrijpelijk zijn. Dit wordt door Het Grootslag in de daaropvolgende subonderdelen verder uitgewerkt. Subonderdeel 1.1 bevat dus nog geen (zelfstandige) klacht.
onder 1.2richten zich tegen rechtsoverweging 11.
onder 1.2.1terecht voorop dat in verband met de laatste zin van de tweede alinea van rechtsoverweging 11 van het arrest van het hof de effectiviteit van de door Het Grootslag in feitelijke instantie gewezen weg ter uitvoering van de maximale inspanningsplicht van de Gemeente als hypothetische feitelijke grondslag in cassatie heeft te gelden.
onder 1.3richten zich tegen rechtsoverweging 12.
kansrijk(althans niet kansloos) planologisch argument naar voren heeft gebracht. Dat het hof de onder (i) genoemde stelling niet als voldoende kansrijk beoordeelt, volgt uit de eerste vier zinnen van rechtsoverweging 12, waarin deze stelling wordt verworpen. Met betrekking tot de met (ii) aangeduide stelling geldt dat de Gemeente heeft betoogd dat Het Grootslag het advies van mr. A.W. Klaassen onjuist interpreteert en dat daaruit volgt dat er geen planologische motieven waren om de aanvraag aan te houden of planologische medewerking te weigeren. [16] In de aangevallen overweging ligt besloten dat het hof dit standpunt van de Gemeente heeft gevolgd. Die overweging is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Subonderdeel 1.3.5 treft geen doel.
onder 1.4aanvoert andere klachten op te merken dan die van de subonderdelen 1.2.2, 1.2.3, 1.3.1, 1.3.2 en 1.3.6. Subonderdeel 1.4 deelt daarom in het lot van die hiervoor reeds besproken klachten.