Conclusie
1.Feiten en procesverloop
f3.400.000,— verkocht aan Inter Fides Holding B.V. (hierna: Inter Fides). De Oude Catalogus is vervolgens doorverkocht. Op 8 januari 1993 is CNR/Indisc Holding B.V. (hierna: CNR) eigenaar van de Oude Catalogus geworden.
f2.000.000,— verkocht aan [C] B.V. Tegelijk met de aankoop is de Oude Catalogus in licentie gegeven aan Arcade Licencing (hierna: Arcade). De koopsom heeft [C] B.V. aan CNR voldaan door verrekening met de door Arcade aan haar verschuldigde licentievergoedingen, groot 15% per jaar. Tegelijk met de licentiering van de Oude Catalogus aan Arcade, is door Telstar BV de Nieuwe Catalogus in licentie gegeven aan Arcade.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
volledigekoopprijs is voldaan volgt uit de omstandigheid dat CNR op enig moment de royalty’s weer is gaan betalen; zij was daar pas na verrekening van de koopprijs toe verplicht (memorie van antwoord onder 4.2.29).
f25.306,10 aan kosten voor de totstandkoming van de overeenkomst met CNR hebben voldaan. [13] Zij hebben deze stelling onderbouwd door een factuur van Boels van Eijndhoven & Coenegracht (de toenmalige advocaat van de [A] -groep) in het geding te brengen. [14] Onbegrijpelijk is dat het hof deze kostenpost onbesproken heeft gelaten.