AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Cassatie over eigendom en exploitatiekosten Oude Catalogus muziekwerken
Deze zaak betreft een langdurig juridisch geschil over de economische eigendom van de Oude Catalogus met circa 25.000 muziekwerken en geluidsopnamen. De kinderen en erfgenamen van wijlen een bekende Nederlandse artiest voeren een procedure tegen curatoren van een failliete vennootschap die eigenaar is van de Oude Catalogus.
De kern van het geschil is of de juridische eigenaar ook de economische eigenaar is, dan wel dat sprake is van een lastgevingsovereenkomst waarbij de economische eigendom bij eiseres 1 ligt. Daarnaast is er discussie over de vergoeding van exploitatiekosten die door eiseressen zijn voorgeschoten maar door de eigenaar zijn betaald.
Het hof oordeelde eerder dat geen lastgevingsovereenkomst bestond en dat geen onrechtmatige daad was gepleegd door de curator of bestuurder, maar het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom kosten die door eiseressen zijn gedragen toch niet tot lastgeving leiden. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende motivering over de lastgeving en onrechtmatige daad, en de onbesproken stellingen over exploitatiekosten en verzekering van de Oude Catalogus.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens onvoldoende motivering over lastgeving en onrechtmatige daad.
Voetnoten
1.Vergelijk het arrest van het hof van 13 september 2011 onder11.1.
2.Om redenen van consistentie, zal ik hierna steeds verwijzen naar [A] , ongeacht of het gaat om de periode voor of na de verplaatsing van de zetel naar België en de naamswijziging.
3.Stichting ter exploitatie van Naburige Rechten. Deze stichting is in 1993 door de overheid aangewezen om op basis van de Wet op de naburige rechten de vergoedingsrechten van alle artiesten en muziekmaatschappijen te regelen voor de (her)uitzending van muziek die commercieel is uitgebracht (bron:
4.Vergelijk het arrest van het hof van 4 augustus 2009, onder 3.1.
5.Wegens royalty’s voor de Zangeres Zonder Naam, vergelijk het arrest van het hof van 13 september 2011, onder 11.3.
6.Vergelijk het arrest van het hof van 13 september 2011, onder 11.3.
7.Wegens bij vergissing aan [A] uitbetaalde SENA-rechten, vergelijk het arrest van het hof van 13 september 2011, onder 11.3.
8.Arrest van 13 september 2011, onder 11.2.1.
9.Arrest van 13 september 2011, onder 11.6.9.1.
10.Memorie na deskundigenbericht van de curatoren van 25 februari 2014, onder 2.1.7.
11.De eerste klacht met dat nummer. Ook op pagina 45 staat een klacht die is genummerd als 2.1.16.
12.Inleidende dagvaarding onder 1.3.7, en pleitnotities van de zijde van [eiseressen] in eerste aanleg van 21 november 2003, onder 4 tot en met 7 (pagina’s 5-9).
13.Vgl. conclusie van antwoord in het incident van 1 oktober 2003 onder 14, productie 12 in eerste aanleg en de pleitnotities in hoger beroep van [eiseressen] , waarvan het middel geen randnummer noemt maar bedoeld zal zijn randnummer 2.5.
14.Productie 12 bij de conclusie van antwoord in het incident van 1 oktober 2003.
15.Het middel verwijst naar de pleitnotities van [eiseressen] onder 5.5 tot en met 5.11. Bedoeld zal zijn te verwijzen naar de pleitnotities van [eiseressen] van 13 april 2017 in hoger beroep.