ECLI:NL:PHR:2018:977

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
16/01310
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens ontbreken middelen

De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens diefstal door twee of meer verenigde personen met braak en inklimming, waarbij sprake was van recidive binnen vijf jaar. Tevens is de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelast.

Hoewel namens de verdachte tijdig beroep in cassatie is ingesteld en de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn er geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in artikel 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar ook daarin zal dezelfde conclusie worden getrokken.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 16/01310
Zitting: 12 juni 2018
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De verdachte is bij arrest van 4 maart 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, terwijl nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een veroordeling van verdachte wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelast.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/01479 en 16/02519. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG