Conclusie
break up feeverschuldigd is. Ik zie de cassatiepoging niet opgaan.
break up feevan € 100.000,-. In zaak II heeft P&N onder meer gevorderd InnoParking te veroordelen tot betaling van € 75.000,- ten titel van terugbetaling van geldlening en van InnoParking en Purcel in hoofdsom € 1.052.185,19 wegens verloren gegane investeringen. Onderdeel van deze laatste vordering is de vordering tot terugbetaling van tweemaal een bedrag van € 40.000 aan managementvergoedingen, die P&N op basis van de managementovereenkomsten als voorschot over het eerste en tweede kwartaal van 2012 aan InnoParking en Purcel heeft verstrekt [6] .
break up feeafgewezen. In zaak II heeft de rechtbank de vordering uit hoofde van de geldlening toegewezen. Ook de vordering tot terugbetaling van de als voorschot aan InnoParking en Purcel verstrekte managementvergoedingen over het eerste en tweede kwartaal van 2012 is toegewezen, onder afwijzing van het meer of anders gevorderde.
break up feespeelt in cassatie nog een rol.
eind 2011is gestaakt, verworpen. Daartoe overwoog de rechtbank dat hun voorschotnota’s over de eerste twee kwartalen [lees: van 2012, A-G] nog door P&N zijn betaald, dat er nadien nog besprekingen tussen partijen hebben plaatsgevonden over de beëindiging en dat onvoldoende concreet is onderbouwd dat het project al feitelijk in november 2011 door de nieuwe commissaris van P&N, [betrokkene 7] , is beëindigd. Het hof verenigt zich met dit oordeel en de gronden waarop het berust en maakt deze tot de zijne. Wat door InnoCapital en Pursel in hoger beroep is aangevoerd werpt geen relevant ander licht op dit oordeel
break up feeoordeelt het hof als volgt:
2.Bespreking van het cassatieberoep
break up fee.
break up feeen (v) gesteld noch gebleken is dat er toen nog een vooruitzicht was dat de activiteiten van het project zouden worden hervat.
ook als dat anders zou zijn, dat oordeel zou hebben geleid tot betaling van het voorschot voor het tweede kwartaal[cursivering A-G]” (rov. 23). Daarmee wordt het verweer van P&N gevolgd, waarin verwerping van het betoog van InnoParking c.s. besloten ligt. De beweerdelijke bestendige praktijk is door InnoParking c.s. bij mvg 93 ook alleen maar als blote stelling opgebracht, zodat dit oordeel bepaald afdoende voorkomt. Van onbegrijpelijke of ontoereikende motivering lijkt mij hier geen sprake.
break up feevoor het staken van het project met als kernklacht dat het hof daarbij niet al het door InnoParking c.s. aangedragen bewijs heeft betrokken, nu het oordeel is beperkt tot een beoordeling van de getuigenverklaring van [betrokkene 3] (rov. 26) en de e-mail van [betrokkene 1] van 19 april 2009 (rov. 27). Dat is in subonderdelen a tot en met f nader uitgewerkt.
business casevan P&N: volgens die gestelde afspraak zou P&N bij het staken van de activiteiten immers nog eens € 200.000,- kwijt zijn, naast de vaste bedragen aan managementvergoeding, terwijl zij ook al alle overige kosten voor haar rekening had genomen; InnoParking c.s. zouden dan geen enkel risico lopen terwijl zij naast P&N beoogd oprichters en aandeelhouders waren (rov. 28.2);
break up feeafspraak schriftelijk zou zijn vastgelegd.
break up feeafspraak schriftelijk zou zijn bevestigd, is door het hof voldoende inzichtelijk gemotiveerd weerlegd in rov. 28.1-28.5. Dat de in de klacht bedoelde documenten aan dat oordeel niet afdoen volgt ook uit die laatste overwegingen, zoals hiervoor is toegelicht bij de behandeling van subonderdelen 2.a en 2.b.
welin deze e-mailcorrespondentie was vermeld.