ECLI:NL:PHR:2019:1119

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2019
Publicatiedatum
1 november 2019
Zaaknummer
18/00224
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 447 lid 5 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 2 januari 2018 het klaagschrift van klagers ongegrond verklaard, waarin zij stelden dat het beslag op bepaalde goederen en data onterecht was. Klagers hebben vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De aanzeggingen van het cassatieberoep zijn rechtsgeldig betekend op 20 en 26 november 2018.

Echter, binnen de wettelijke termijn van één maand, zoals gesteld in artikel 447 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een raadsman. Hierdoor kunnen de klagers niet in hun cassatieberoep worden ontvangen.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de Hoge Raad de klagers niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep, waarmee het beroep zal worden afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.

Uitkomst: Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/00224
Zitting17 september 2019

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[klager 2],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
en
[klager 3],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klagers.
De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 2 januari 2018 het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het beslag op verschillende in de beschikking genoemde voorwerpen ongegrond verklaard.
Er bestaat samenhang met de zaken 18/00075 B en 18/00225 B. Ook in deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Namens [klager 2] en [klager 3] is cassatieberoep ingesteld. De aanzeggingen in cassatie zijn op 20 november 2018 ([klager 3]) en 26 november 2018 ([klager 2]) rechtsgeldig betekend. Binnen de in art. 447 lid 5 Sv Pro gestelde termijn van één maand is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, kunnen de klagers ingevolge art. 447 lid 5 Sv Pro niet in hun cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de klagers niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG