ECLI:NL:PHR:2019:1119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 2 januari 2018 het klaagschrift van klagers ongegrond verklaard, waarin zij stelden dat het beslag op bepaalde goederen en data onterecht was. Klagers hebben vervolgens cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De aanzeggingen van het cassatieberoep zijn rechtsgeldig betekend op 20 en 26 november 2018.
Echter, binnen de wettelijke termijn van één maand, zoals gesteld in artikel 447 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend door een raadsman. Hierdoor kunnen de klagers niet in hun cassatieberoep worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de Hoge Raad de klagers niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep, waarmee het beroep zal worden afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.