Conclusie
1.Inleiding
2.Unierecht
tweede alineaduidelijk aangegeven dat het beginsel van de eerste alinea eveneens van toepassing is op de goederen die door een derde voor rekening van een particulier worden vervoerd, met uitzondering van tabaksfabrikaten. De onverkorte toepassing van dit beginsel op deze producten zou immers indruisen tegen het door het Verdrag voorgestane gezondheidsbeleid, met name artikel 152, en de kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik van de Wereldgezondheidsorganisatie, die pleit voor “de toepassing van een fiscaal beleid en, in voorkomend geval, een prijsbeleid voor tabaksproducten, teneinde het verbruik daarvan geleidelijk terug te dringen”. Wat tabaksproducten betreft, zal de accijns derhalve in de lidstaat van bestemming verschuldigd blijven, zoals thans het geval is, voor tabaksproducten die bij een buitenlandse verkoper worden aangekocht en voor rekening van een particulier worden vervoerd.”
derde alineawordt verduidelijkt dat het beginsel van belastingheffing in de lidstaat van verkrijging eveneens van toepassing is op de goederen die van een particulier naar een andere worden verzonden zonder directe of indirecte tegenprestatie (het betreft hier met name de geschenkzendingen). Deze verduidelijking lijkt nodig om iedere twijfel weg te nemen ten aanzien van de behandeling van deze goederenbewegingen, die geen commercieel karakter hebben.”
bewijsregelkunnen vaststellen, gehandhaafd in de Accijnsrichtlijn.
Commissie/Frankrijk [23] met betrekking tot artikel 8 en Pro 9 richtlijn 92/12 geoordeeld dat het de lidstaten niet is toegestaan een louter kwantitatief criterium te gebruiken bij de beoordeling van het commerciële karakter van het voorhanden hebben door particulieren van tabaksfabrikaten uit een andere lidstaat. Volgens de Franse wetgeving en administratieve praktijk was het binnenbrengen in Frankrijk van meer dan 10 sloffen sigaretten (of 2 kilogram tabak) voor particulieren verboden. Bij een controle riskeerde de reiziger inbeslagneming van de tabak alsmede een sanctie. [24] Een dergelijke nationale regeling is volgens het HvJ niet toegestaan. Het HvJ overweegt ter zake als volgt:
Emu Tabac e.a. [25] bestelt een Britse onderneming met de tot de verbeelding sprekende naam Man in Black op naam en voor rekening van Britse particulieren sigaretten bij een in Luxemburg gevestigde onderneming. Man in Black regelt het vervoer van de sigaretten voor rekening van de particulieren door een beroepsvervoerder. De klanten mogen niet meer dan 800 sigaretten tegelijk kopen. De accijnzen in het Verenigd Koninkrijk zijn in de regel hoger dan in Luxemburg. De verwijzende rechter vraagt het HvJ of artikel 8 richtlijn Pro 92/12 in dit geval tot gevolg heeft dat geen accijns mag worden geheven in het Verenigd Koninkrijk. Het HvJ overweegt dat artikel 8 richtlijn Pro 92/12 niet is bedoeld om toepassing te vinden wanneer de accijnsproducten door een vertegenwoordiger zijn gekocht en/of vervoerd. [26] De richtlijn staat toe dat in dit geval in het Verenigd Koninkrijk accijns wordt geheven, terwijl de in Luxemburg betaalde accijns kan worden teruggegeven. [27]
Joustra [28] .Joustra en ongeveer 70 andere particulieren hebben een groep gevormd onder de naam “Cercle des amis du vin”. Op naam van deze wijnvriendenkring bestelt Joustra voor eigen verbruik en voor verbruik door de andere leden van de groep wijn in Frankrijk. In opdracht van Joustra haalt een vervoersonderneming de wijn op en levert deze af bij Joustra thuis. Joustra levert de wijn vervolgens aan de andere leden naargelang hun deel van de gekochte hoeveelheden. De leden betalen hun deel van de bestelling aan Joustra en een evenredig deel van de vervoerskosten. Joustra verricht een en ander niet bedrijfsmatig of met winstoogmerk. De Hoge Raad vraagt zich af of richtlijn 92/12 zo moet worden uitgelegd dat Joustra accijns verschuldigd is in Nederland. Het HvJ oordeelt dat dit het geval is. Dit geldt zowel voor de wijn die Joustra voor eigen verbruik heeft aangeschaft als voor de voor verbruik door de andere leden gekochte wijn. [29]
Metro Cash & Carry Danmark [33] overweegt het HvJ in punt 42 dat de artikelen 32 tot en met 34 Accijnsrichtlijn de artikelen 7 tot en met 9 richtlijn 92/12 niet wezenlijk wijzigen, maar de inhoud van deze artikelen overnemen en verhelderen. Het HvJ overweegt dit echter in het kader van de eerste prejudiciële vraag zodat niet duidelijk is of het HvJ dit ook in zijn algemeenheid heeft bedoeld (zie punt 43). Die eerste vraag betreft enkel de kwestie of de artikelen 7 tot en met 9 richtlijn 92/12 aldus moeten worden uitgelegd dat zij een handelaar verplichten te controleren of kopers uit andere lidstaten de bedoeling hebben de accijnsproducten in een andere lidstaat in te voeren en, in voorkomend geval, of die invoer voor eigen gebruik dan wel voor handelsdoeleinden geschiedt. Het HvJ oordeelt dat dit niet het geval is en dat de beantwoording van die vraag niet anders is met betrekking tot de artikelen 32 tot en met 34 Accijnsrichtlijn.
Joustra).
naar ⌦ het grondgebied van
een andere lidstaat vervoerde accijnsgoederen wordt uitsluitend geheven in de lidstaat van verkrijging.”
Onverminderd artikel 36, lid 1, zijnWanneer accijnsgoederen
die, nadat zij
reedsin een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen,
voor commerciële doeleinden voorhanden worden gehouden in⌦ worden overgebracht naar het grondgebied van
een andere lidstaat om er te worden geleverd ⌦ voor commerciële doeleinden
of gebruikt, worden zij in de lidstaat van bestemming aan accijns onderworpen
en wordt de accijns verschuldigd in die andere lidstaat.
wordt onder⌦ worden accijnsgoederen als "geleverd
voor commerciële doeleinden" ⌦ beschouwd
voorhanden hebben" verstaan het voorhanden hebben⌦ wanneer zij op het grondgebied van één lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen, van die lidstaat zijn overgebracht naar het grondgebied van een andere lidstaat en hetzij zijn geleverd aan
van accijnsgoederen dooranderen dan particulieren of
het voorhanden hebbendoor een particulier anders dan voor eigen behoeften. ⌦ Accijnsgoederen worden echter niet als geleverd voor commerciële doeleinden beschouwd wanneer
van door hem vervoerde accijnsgoederen, overeenkomstig artikel 32die particulier de goederen voor eigen behoeften uit het grondgebied van de andere lidstaat heeft overgebracht
.
Joustra. Probeert de Commissie nu via een omweg toch haar eerdere voorstellen om het voor particulieren mogelijk te maken voordelig accijnsgoederen in een andere lidstaat te kopen zonder deze zelf persoonlijk te vervoeren, opnieuw erdoor te drukken? Ik vraag mij ten zeerste af of de Raad deze wijziging van de Commissie zal overnemen. [37]
3.Nationaal recht
Commissie/Frankrijkblijkt dat het de lidstaten niet is toegestaan een louter kwantitatief criterium te gebruiken bij de beoordeling van het commerciële karakter van het voorhanden hebben door particulieren van tabaksfabrikaten uit een andere lidstaat (zie 2.27). Dit betekent mijns inziens dat een particulier die meer accijnsgoederen meebrengt uit een andere lidstaat dan de in artikel 3a UR accijns genoemde hoeveelheden, bij zijn tegenbewijs, gebruik kan maken van de in artikel 32(2) Accijnsrichtlijn genoemde elementen om aan te tonen dat de accijnsgoederen voor eigen behoeften zijn verkregen. Op zijn beurt kan de Inspecteur trachten aannemelijk te maken dat de goederen niet voor eigen behoeften voorhanden worden gehouden.
Joustra. Een met artikel 2d WA vergelijkbare bepaling was destijds opgenomen in artikel 2c WA. Deze bepaling luidde tot 1 januari 2009 als volgt: