Conclusie
Levertijd van 10 weken oftewel voor half december 2011”heeft [eiseres] gereageerd met de mededeling
“Levertijd is nu afhankelijk van veel factoren. Rond de kerst is niet de eenvoudigste tijd. Zelf zou ik het graag dit jaar afronden en zal er ook alles aan doen om dit voor elkaar te krijgen.” [verweerster] heeft bij e-mail van 28 oktober 2011 het voorstel van [eiseres] geaccepteerd.
factory acceptance test(FAT) gereed te hebben, zodat de machine uiterlijk op 17 augustus 2012 door [A] zou kunnen worden afgenomen.
wij wijzen je op de konsequenties en zullen je daar dan ook aansprakelijk voor stellen.”
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Iricht zich tegen rov. 3.8 van het bestreden arrest en klaagt dat het hof, bij de beoordeling of sprake is van een tekortkoming, heeft miskend dat op [verweerster] de stelplicht en bewijslast rust.
Onderdeel IIbetoogd dat het hof ongemotiveerd voorbijgegaan is aan het verweer van [eiseres], dat de tekortkoming toegeschreven moet worden aan het van [verweerster] afkomstige ontwerp van de inpakrobot en/of de op last van [verweerster] doorgevoerde wijzigingen in het ontwerp.
Onderdeel IIIricht zich tegen rov. 3.4, 3.5 en 3.8 en klaagt dat het hof voorbijgegaan is aan (a) de door [eiseres] aangevoerde nadere eisen van [verweerster] op grond waarvan [verweerster] aan [eiseres] nader uitstel had behoren te verlenen voor oplevering, en (b) de stelling van [eiseres] dat de opgetreden vertraging in de oplevering (mede) te wijten is aan [verweerster].
Onderdeel IVbestrijdt rov. 3.8, en klaagt dat daarin onbegrijpelijkerwijs is overwogen dat van [eiseres] in september 2012 verwacht mocht worden dat zij de afstelling van de inpakrobot in gereedheid had gebracht en erop toezag dat de testomstandigheden optimaal waren.
factory acceptance test(FAT) gereed te hebben met vervolgens binnen 10 dagen (derhalve uiterlijk 17 [5] juli 2012) een
site acceptance test(SAT) in het bedrijf van [A] − zich bewust zijn geweest van de ernst van de situatie en mocht van haar verlangd worden dat zij alles op alles zette om de inpakrobot tijdig in gereedheid te brengen voor een FAT en SAT op (zeer) korte termijn (rov. 3.5).
onderdelen II en IIIaklagen over de volgende oordelen in rov. 3.3 en 3.5:
onderdeel II, als bedoeld in 3.10, betreft hetgeen door partijen aanvankelijk is overeengekomen. Onderdeel II verwijst naar stellingen van [eiseres] waaruit volgt dat [eiseres] heeft aangevoerd dat de inpakrobot is vervaardigd op basis van een ontwerp van [verweerster] met een capaciteit van 4,5 dozen per minuut. [11]
onderdeel II, als bedoeld in 3.10, betreft de periode in 2011 waarin partijen aanpassingen zijn overeengekomen. [12]
onderdeel IIIaaangevallen overweging in rov. 3.5 betreft de periode juni-juli 2012.
najuli 2012 geen afspraken zijn gemaakt of eisen zijn gesteld van zodanig aard dat [verweerster] aan [eiseres] nog verder uitstel had behoren te verlenen, diene het volgende.