ECLI:NL:PHR:2019:1196

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
18/00102
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing arrest wegens onvoldoende motivering openlijke geweldpleging in schoolgebouw

In deze zaak werd de verdachte door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging, gepleegd samen met zijn zoon en zwager tegen een minderjarige scholier in een schoolgebouw. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf op, naast een schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof dat het geweld 'openlijk' was in de zin van art. 141 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof weliswaar had vastgesteld dat het geweld in een schoolgebouw had plaatsgevonden, maar dat het oordeel dat dit geweld 'openlijk' was, onvoldoende was gemotiveerd gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2018:20).

De Hoge Raad vernietigde het arrest en wees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. Er werden geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen. De zaak zal dus opnieuw inhoudelijk moeten worden behandeld met een betere motivering over het element 'openlijk'.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/00102
Zitting17 september 2019

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 29 december 2017 de verdachte ter zake van “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek als vermeld in het arrest. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 440,- en ter hoogte van dit bedrag aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd.
Namens de verdachte heeft mr. J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging getuigt van een onjuiste rechtsopvatting over het bestanddeel ‘openlijk’, dan wel dat de bewezenverklaring daarvan ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat het geweld tegen een persoon zoals vermeld in de bewezenverklaring heeft plaatsgevonden in een schoolgebouw. Het kennelijk op deze vaststelling gebaseerde oordeel van het Hof dat sprake is van ‘openlijk’ geweld in de zin van art. 141 Sr Pro, is, gelet op HR 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:20, niet toereikend gemotiveerd.
3.3
Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG