ECLI:NL:PHR:2019:1266

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
3 december 2019
Zaaknummer
18/01362
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 9 EVRMArt. 81.1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen inzake invoer ayahuasca ondanks beroep op godsdienstvrijheid

In deze zaak werd de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam schuldig bevonden aan het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet door de invoer van ruim 29 kilogram ayahuasca-thee, bestemd voor religieus gebruik. Het hof legde geen straf of maatregel op, maar onttrok de ayahuasca aan het verkeer.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met een beroep op de vrijheid van godsdienst zoals beschermd door artikel 9 EVRM Pro. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde echter dat de middelen van cassatie, die gelijkluidend waren aan die in een samenhangende zaak, konden worden afgehandeld met verwijzing naar een eerder arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2019.

De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd bevestigd dat het verbod op invoer van ayahuasca, ook voor religieuze doeleinden, gehandhaafd blijft en dat het hof terecht geen straf oplegde maar de substantie onttrok aan het verkeer.

Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; schuldigverklaring gehandhaafd zonder strafoplegging; ayahuasca onttrokken aan het verkeer.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/01362
Zitting15 oktober 2019

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 28 februari 2018 door het Gerechtshof Amsterdam schuldig verklaard aan ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod’; het hof heeft daarbij bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Voorts is 29.657 gram ayahuasca onttrokken aan het verkeer.
Er bestaat samenhang met de zaken 18/01355 en 18/01356.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.G. van der Plas, advocaat te Amsterdam, heeft vijf middelen van cassatie voorgesteld.
In de samenhangende zaak met rolnummer 18/01356 is op 9 juli 2019 geconcludeerd (ECLI:NL:PHR:2019:754). De Hoge Raad heeft in die zaak op 1 oktober 2019 het cassatieberoep verworpen (ECLI:NL:HR:2019:1456).
Nu het hier dezelfde cassatiemiddelen betreft tegen een gelijkluidend arrest kunnen deze middelen, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2019, met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering worden afgedaan.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG