Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
quick fixes, een pakket aan wijzigingen van richtlijn 2006/112/EG (de Btw-richtlijn) op het gebied van de heffing van btw bij grensoverschrijdende goederentransacties binnen de EU. [1] Onderdeel van deze
quick fixesis dat het beschikken over een btw-identificatienummer van de afnemer een materiële (lees: harde) voorwaarde wordt voor het mogen toepassen van het nultarief bij intracommunautaire leveringen. Tot 1 januari 2020 is het beschikken over het btw-identificatienummer van de afnemer ‘slechts’ een formele (lees: relatieve) voorwaarde. Het karakter van formele voorwaarde brengt mee dat het niet-vervuld zijn ervan het weigeren van het nultarief niet zonder meer rechtvaardigt.
missing traderof ‘ploffer’ is. De bij aangifte over januari 2013 verzochte teruggaaf van € 175.640 heeft de Inspecteur vervolgens geweigerd. In plaats daarvan heeft hij een naheffingsaanslag van € 25.708 opgelegd. De afwijzende teruggaafbeschikking en de naheffingsaanslag heeft de Inspecteur in bezwaar gehandhaafd.
eerste middelbetoogt de Staatssecretaris dat het in artikel 12(2)a(2o) UBOB bedoelde btw-identificatienummer “uiteraard” door de lidstaat van aankomst van de goederen moet zijn toegekend. Alleen dan kan de afnemer immers aangifte van de intracommunautaire verwerving doen in de lidstaat van aankomst. Hij verwijst naar de toelichting van de besluitgever, de artikelen 213 en 214 Btw-richtlijn en de arresten van het HvJ in de zaken
R. [7] ,
Plöckl [8] en
Euro Tyre [9] . Voortbouwend op zijn tussenconclusie dat belanghebbende niet aan het (formele) btw-identificatienummervereiste voldoet, betoogt de Staatssecretaris dat belanghebbende niet te goeder trouw is geweest, in de zin dat hij niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd om niet bij btw-fraude betrokken te raken. Het vereiste van goede trouw leidt de Staatssecretaris af uit het arrest van het HvJ in
VSTR [10] . Omdat belanghebbende niet een Duits en een Pools btw-identificatienummer van [A] heeft verkregen, kon zij weten dat [A] geen intracommunautaire verwervingen zou aangeven in deze landen. Belanghebbendes handelwijze leidt tot een ondermijning van de goede werking van het systeem van intracommunautaire leveringen en verwervingen die op grond van
R.dient te worden gesanctioneerd, aldus de Staatssecretaris.
tweede middelis, gelet op de toelichting daarop, vooral gericht tegen de motivering van het oordeel dat de Inspecteur niet heeft bewezen dat belanghebbende wist of had moeten weten van de btw-fraude die plaatsvond in de handelsketen waarin zij een schakel was. De Staatssecretaris meent dat de Inspecteur ruimschoots aan zijn bewijslast heeft voldaan. Volgens de Staatssecretaris had het ontbreken van een Duits en Pools btw-identificatienummer van [A] een indicatie moeten zijn dat [A] de verschuldigde btw in Duitsland en Polen niet zou aangeven. Dit geldt temeer nu belanghebbende bekend was met het hoge risico op btw-fraude in de handel in mobiele telefoons. Belanghebbende had minst genomen [A] moeten vragen naar de reden van het ontbreken van een Duits en Pools btw-identificatienummer.
Het btw-identificatienummer van de afnemer als voorwaarde voor toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen (middel I)
VSTR [11] bevestigt dit:
Enteco Baltic [12] :
Plöckl(waarbij – gelet op de hierna te noemen arresten – in plaats van ‘intracommunautaire overbrenging’ ook kan worden gelezen ‘intracommunautaire levering’): [13]
Euro Tyre [14] ,
Hans Bühler [15] en
Enteco Baltic [16] , zodat kan worden gesproken van een
acte éclairéin de overtreffende trap. In
Plöcklheeft het HvJ verder verduidelijkt dat lidstaten het nultarief evenmin mogen weigeren met als reden dat een belastingplichtige zich onvoldoende heeft ingespannen om een (nationaal) formeel vereiste na te leven (cursiveringen CE):
De verwijzende rechter vraagt zich af of hieruit voortvloeit dat de btw-vrijstelling kan worden geweigerd aan een belastingplichtige die met betrekking tot een intracommunautaire overbrenging niet alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem konden worden verlangd om aan het bestuur een door de lidstaat van bestemming toegekend btw-identificatienummer mee te delen.
Italmoda-jurisprudentie [17] het nultarief hoe dan ook worden geweigerd. Daarnaast is het een open deur dat een belastingplichtige het nultarief misloopt als hij niet kan bewijzen dat aan de materiële voorwaarden voor de toepassing daarvan is voldaan. Omdat het HvJ overweegt over het verhinderen van het
zekere bewijs, bestaat mogelijk wel ruimte een hogere bewijsmaatstaf toe te passen als compensatie voor het verlies aan (tegen)bewijsmogelijkheden door het niet naleven van een formele voorwaarde. Ook mogen lidstaten het niet naleven van een formele voorwaarde beboeten, zij het slechts op evenredige wijze. [18]
Enteco Balticblijkt dat artikel 138(1) Btw-richtlijn een limitatieve opsomming van de materiële voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling bevat. De Raad heeft daarom, op voorstel van de Commissie, bij Richtlijn (EU) 2018/1910 [20] artikel 138 Btw Pro-richtlijn gewijzigd.
de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon aan wie de levering wordt verricht, is voor btw-doeleinden geïdentificeerd in een andere lidstaat dan die waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, en heeft zijn btw-identificatienummer aan de leverancier meegedeeld.
Btw-identificatienummer en de vrijstelling voor bepaalde intracommunautaire handelingen: artikel 138, lid 1 (gewijzigd)
Ten eerste geldt daar waar momenteel wordt verwezen naar de afnemer als een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt, voortaan als materiële voorwaarde voor de toepassing van de vrijstelling dat de afnemer voor btw-doeleinden moet worden geïdentificeerd in een andere lidstaat dan de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen.De leverancier zal, zoals nu ook al gebeurt, de status van zijn klant via het VIES moeten controleren alvorens de vrijstelling toe te passen. Vanuit dat oogpunt is er geen praktisch verschil voor de leverancier, maar de gevolgen kunnen anders zijn omdat de vrijstelling kan worden afgewezen als de identiteit van de klant niet kan worden vastgesteld. Ten tweede wordt ook de juiste invulling van de lijst voor het VIES een materiële voorwaarde die ertoe kan leiden dat, als die voorwaarde niet wordt vervuld, een toegepaste vrijstelling door de belastingdienst wordt afgewezen.”
Euro Tyre(cursiveringen CE): [22]
Facet [23] geen recht op onmiddellijke aftrek. Recht op teruggaaf ontstaat in zoverre pas als de verwerver heffing van belasting ter zake van de intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer aantoont.
call-off stock), te vinden in artikel 17bis Btw-richtlijn, ligt dat anders (cursivering CE):
en zowel zijn identiteit als het btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, zijn bij de in punt b) bedoelde belastingplichtige [degene van wie de goederen naar een andere lidstaat worden overgebracht; CE] bekend op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt;
2.3. Wijziging Uitvoeringsbesluit OB 1968