Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Oplichting en/of verduistering Rabobank en ABN-Amrobank
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie, medeplegen witwassen en medeplegen poging tot witwassen. De criminele organisatie had via een systeemfout bij banken grote geldbedragen verkregen door oplichting en waste deze bedragen wit door onder meer contante opnames en aankoop van goudstaven.
De verdachte was betrokken bij het witwassen van ruim €240.500 en tien goudstaven, waarvan hij wist dat deze afkomstig waren uit misdrijven. Daarnaast was hij betrokken bij een poging tot witwassen van circa €8.990.280 via buitenlandse rekeningen. De verdediging voerde in cassatie aan dat het gronddelict oplichting niet bewezen was, zodat ook het witwassen niet bewezen kon zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat voor het witwassen vereist is dat de verdachte weet dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is, maar dat niet vereist is dat het gronddelict zelf bewezen wordt of dat de verdachte daaraan heeft deelgenomen. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte wist dat het geld uit misdrijf afkomstig was en heeft het witwassen en poging witwassen terecht bewezen verklaard. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van witwassen en poging witwassen blijft in stand.