Conclusie
Netherlands B.V.
1.Feiten
2.Procesverloop
primairafwijzing van het verzoek van de Werknemer en
subsidiairtoekenning van een transitievergoeding van maximaal € 136.413,- bruto.
3.Bespreking van het cassatieberoep
Ten eersteheeft het hof onder (c) een onjuiste referteperiode gehanteerd, namelijk maart 2012 tot en met februari 2013 in plaats van juni 2012 tot en met mei 2013 (klacht a).
Ten tweedeheeft het hof onder (f) ten onrechte verondersteld dat de Werknemer een transitievergoeding ter hoogte van een jaarsalaris toekomt; dat moet echter zijn een transitievergoeding van 4 7/12 maandsalarissen. Het door het hof genoemde bedrag moet derhalve met deze breuk worden vermenigvuldigd. Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep is gericht tegen het onder (e) genoemde bedrag van € 248.878,87. Volgens de klacht heeft het hof het bedrag genomen dat bij een andere referteperiode hoort, namelijk de periode van juni 2012 tot en met mei 2013, terwijl het volgens het hof gaat om de periode van maart 2012 tot en met februari 2013. Bij die periode hoort een variabele beloning van € 579.391,32 bruto. [4]
Artikel 2 is Pro van overeenkomstige toepassing voor de berekening van het loon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding.
Indien op grond van artikel 2 een Pro periode korter dan twaalf maanden in aanmerking wordt genomen, wordt voor de berekening van het loon, bedoeld in het eerste lid, het getal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding naar rato aangepast.”
- bij de berekening van het variabele maandloon wordt de periode waarin de werknemer ` wegens ziekte niet in staat was arbeid te verrichten, niet meegerekend;
primairverdedigd dat gekeken moet worden naar de periode van maart 2012 tot en met februari 2013. Hij heeft dit als volgt toegelicht (inleidend verzoekschrift onder 3.3.1, p. 4):
subsidiairgesteld dat bij de berekening van de gemiddelde variabele beloning moet worden uitgegaan van de periode juni 2012 tot en met mei 2013, nu hij in juni 2013 ziek werd (inleidend verzoekschrift onder 3.3.2).
omdat dat de laatste periode was waarin de Werknemer regulier en onaangepaste commissie ontving’ (pleitnota onder 37).
nietgesteld ‘dat art. 2 lid 1 en Pro art. 3 lid 1 van Pro de Regeling meebrengen dat de periode van maart 2012 tot en met februari 2013 in aanmerking moet worden genomen bij de berekening van de gemiddelde provisie’. De Werknemer heeft gesteld dat art. 2 lid 1 en Pro art. 3 lid 1 van Pro de Regeling meebrengen dat de periode van juni 2012 tot en met mei 2013 in aanmerking moet worden genomen, maar dat in dit specifieke geval moet worden uitgegaan van de periode van maart 2012 tot en met februari 2013, omdat Tibco in maart 2013 de betaling van de variabele beloning heeft stopgezet en februari 2013 dus de laatste maand was waarin hij een regulier en onaangepast variabel salaris heeft genoten.
dan wel’ juni 2012 tot en mei 2013. [13]
onderdeel bvan het principale cassatieberoep wordt aangevoerd dat het hof bij de berekening van de transitievergoeding ten onrechte is uitgegaan van een
jaarsalaris. Dit is onjuist: op grond van art. 7:673 lid 2 BW Pro moet worden uitgegaan van een maandsalaris vermenigvuldigd met de breuk 4 7/12.
€ 48.282,61