Conclusie
de Curatoren) proberen toegang te krijgen tot vermogensbestanddelen vóór het faillissement in Curaçao zijn ondergebracht in een stichting particulier fonds (hierna:
SPF), een rechtsvorm die ook centraal stond in het arrest
Resort of the World / Maple Leaf . [1] In hoger beroep zijn de Curatoren in het gelijk gesteld. [2] In een annotatie bij het bestreden vonnis wordt opgemerkt dat die uitkomst bevredigend is, omdat dat betekent dat vermogen niet
‘faillissementsproof’ kan worden verstopt in een SPF. In cassatie gaat het om de vraag of de Curatoren met betrekking tot de SPF beheers- en beschikkingshandelingen kunnen verrichten, bestaande uit het opleggen van een vervreemdingsverbod, het verkrijgen van inzage in de administratie en het vervangen van het bestuur.
1.Feiten
general manageraangebleven. In april 2008 is hij definitief bij het bedrijf vertrokken. [5]
PURPOSE
founder’s authoritieswordt vertaald als ‘oprichtersrechten’.
source of wealth declarationondertekend. Daarin staat onder meer: [13]
letter of wishesondertekend. Hierin staat onder meer:
herwishes regarding the management of the assets of [ RSA ] and the appointment of Board Members of [ RSA ]. During my life I do have sole control authorities on the assets (either contributed or distributed) of [ RSA ].
letter of wishesis ondertekend “
for acceptance and acknowledgement” door een “
board member” namens het bestuur van RSA .
joint trustees. [17]
ordervan 8 maart 2017 heeft de Eastern Caribbean Supreme Court in the High Court of Justice van de Britse Maagdeneilanden tegen onder meer RSA (i) een
worldwide freezing injunctionuitgevaardigd, op grond waarvan het RSA is verboden om bestanddelen aan het vermogen te onttrekken zoals nader in de
ordervermeld, en (ii) een bevel gegeven om opgave te doen van de samenstelling van het vermogen. [18] Deze beslissing is op 5 april 2017 aan RSA betekend. [19] Er is geen gevolg aan gegeven.
2.Procesverloop
Eerste aanleg
nog niet rijp” voor een eventuele wijziging in het bestuur van RSA en wees daarom de gevorderde bestuurswissel af. [25]
te gehengen en gedogen dat de curatoren Covenant Managers ontslaan als bestuurder van RSA en zichzelf benoemen tot bestuurders van RSA , op straffe van een dwangsom van NAf 10.000,-- per keer voor iedere keer dat zij niet aan dit bevel voldoen, met een maximum van NAf 500.000,-- per gedaagde in conventie.” Voor het overige is het vonnis van het GEA bevestigd. [29]
source of wealth declarationen de
letter of wishes(zie hiervoor 1.7 en 1.8) en met inachtneming van de aard van de dienstverlening van een trustkantoor, moet worden aangenomen dat [betrokkene 1] een zodanige contractueel gevestigde zeggenschap over RSA heeft verkregen dat sprake is van in Curaçao aanwezig vermogen dat tot de failliete boedel behoort. Hierdoor kunnen de Curatoren met betrekking tot dat vermogen beheers- en beschikkingshandelingen verrichten (rov. 2.14-2.18), waaronder inzage krijgen in de administratie van RSA en een vervreemdingsverbod opleggen (rov. 2.24). De in de
letter of wishesopgenomen voorziening dat in geval van faillissement de echtgenote van [betrokkene 1] de oprichtersrechten overneemt, is in strijd met dwingend recht en doet aan het voorgaande niet af (rov. 2.19). Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat in art. 10 van Pro de statuten van RSA staat vermeld dat de oprichtersrechten bij faillissement van de oprichter worden opgeschort (rov. 2.20). De oprichtersrechten van [betrokkene 1] zijn niet naar hun aard hoogstpersoonlijk (rov. 2.21). Aan de zeggenschap van [betrokkene 1] doet niet af dat geen akte is aangetroffen waarbij de oprichtersrechten van Corporate Agents aan hem zijn overgedragen (rov. 2.22).
estate planning(kort gezegd, het fiscaal gunstig regelen van de overheveling van vermogen naar familieleden of derden) en
asset protection(het veiligstellen van vermogen voor verhaal door derden). Zodra het vermogen aan de SPF is overgedragen, behoort het niet meer tot het privé- of ondernemingsvermogen van de overdrager. Crediteuren van de oorspronkelijke eigenaar van het vermogen kunnen zich nadien in beginsel niet verhalen op het aan de SPF overgedragen vermogen. [32]
letter of wishes, waarin de insteller jegens het bestuur van de SPF zijn ‘wensen’ vastlegt omtrent het in de SPF onder te brengen c.q. ondergebrachte vermogen. Naar ik begrijp wordt gewoonlijk pas ná het verkrijgen van de oprichtersrechten en ná de
letter of wisheshet vermogen afgescheiden en aan de SPF overdragen. [34] Naar mijn indruk is RSA naar dit ‘model’ opgericht.
Resort of the World / Maple Leafgeoordeeld over de vraag of een SPF, waarin een villa was ondergebracht, aansprakelijk kon worden gehouden voor onttrekking van die villa aan verhaal door een derde. [37] Werknemer M., die als
financial controllerin dienst was bij Resort of the World , had van een aan Resort of the World gelieerde vennootschap een villa verworven en die ondergebracht in Maple Leaf , een SPF naar het recht van Sint-Maarten. In 2011 heeft Resort of the World M. ontslagen omdat hij fraude zou hebben gepleegd. Zij heeft zowel M. als Maple Leaf aangesproken voor schadevergoeding uit hoofde van (i) vereenzelviging, (ii) misbruik van identiteitsverschil, (iii) onrechtmatig profiteren van fraude en (iv) ongerechtvaardigde verrijking. Door de villa in een SPF te stoppen had de werknemer het belangrijkste verhaalsobject buiten het bereik van Resort of the World gebracht.
Rainbow-arrest [39] geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad voegt daaraan toe dat vereenzelviging bovendien “
op gespannen voet” staat “
met de doelstellingen van de invoering van de stichting particulier fonds”. [40] Misbruik van identiteitsverschil kon wel via de weg van de onrechtmatige daad worden aangepakt. Het oordeel van het hof dat M. en Maple Leaf niet onrechtmatig hebben geprofiteerd van het tussen hen bestaande identiteitsverschil, acht de Hoge Raad onbegrijpelijk in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval. De Hoge Raad overweegt:
NJ1980/34 (
Kleuterschool Babbel)). Dat geldt voor gedragingen van een bestuurder, maar de formele hoedanigheid van de handelende persoon is niet beslissend voor de toerekeningsvraag. Indien, zoals hier veronderstellenderwijs moet worden aangenomen, M. de volledige zeggenschap over M. had, ook in de periodes dat hij geen bestuurder was, en dat hij haar ‘ultimate beneficiary’ is, is in beginsel aan de aan te leggen maatstaf voldaan. Dat het hier om een aansprakelijkheidskwestie gaat, doet daaraan niet af, zoals ook blijkt uit rov. 3.6 van HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6018,
NJ2007/231.
Resort of the World / Maple Leafheeft de Hoge Raad dus ‘vereenzelviging’ van twee (rechts)personen als vorm van redres voor toegebrachte schade afgewezen, maar ‘onrechtmatig profiteren van identiteitsverschil’ tussen twee (rechts)personen (en ongerechtvaardigde verrijking) als grondslag voor schadevergoeding toegewezen.
4.Bespreking van het principaal cassatieberoep
the relevant foreign law”) bevoegd zijn. Anders dan Corpag c.s. betogen, betreft het hier dus niet een redenering die door het hof “
zelf is bedacht”. [47]
naar het recht van dat vreemde landeen voorwaarde is om de curatoren in staat te stellen hun bevoegdheden daar uit te oefenen. [49] Hierin zie ik een bevestiging dat de uitleg die het hof op basis van de opinie van 2 maart 2017 aan het Zuid-Afrikaanse faillissementsrecht heeft gegeven, juist is.
de beslissingen van het Hof in rov. 2.14-2.24”, miskennen zij dat zij in het cassatierekest de rov. 2.14 en 2.16 niet hebben bestreden. [50] Die twee rechtsoverwegingen luiden als volgt:
source of wealth declarationen (iii) de
letter of wishes, waarbij het ook (iv) de aard van de dienstverlening van een trustkantoor van belang acht. Corpag c.s. richten enkele motiveringsklachten tegen dit oordeel. Die klachten falen.
who shall as from the date that the appointment is made known to the board, take the place instead of the original Founder, including the authority to appoint a successor”). Het oordeel van het hof in rov. 2.15 – dat het mogelijk is om (middels de oprichtersrechten) de volledige zeggenschap over RSA aan de
ultimate beneficial ownertoe te kennen zonder dat deze in de statuten wordt genoemd – is gelet hierop niet onjuist of onbegrijpelijk. Anders dan Corpag c.s. stellen, blijkt nergens uit dat het hof bij de uitleg van de statuten een onjuiste maatstaf zou hebben aangelegd. [52]
benoemd.Een overdracht bij akte is kennelijk niet noodzakelijk. Het hof heeft daarom het betoog van Corpag c.s. over de onoverdraagbaarheid van oprichtersrechten buiten beschouwing mogen laten. [53]
source of wealth declarationbuiten twijfel stelt dat [betrokkene 1]
ultimate beneficial ownervan RSA is en blijft, is als gezegd in cassatie onbestreden.
letter of wishesaan (het bestuur van) RSA gezonden, waarin hij zich ondubbelzinnig als enig houder van de oprichtersrechten en dus als (opvolgend) oprichter van RSA presenteert. Het bestuur van RSA ( Covenant Managers ) heeft de
letter of wishester goedkeuring getekend (zie hiervoor, 1.9). Nu de statuten van RSA de oprichter volledige zeggenschap over RSA geven (zie hiervoor, 4.16), is het oordeel in rov. 4.17 dat [betrokkene 1] volgens de
letter of wishes– waarin hij zich als oprichter presenteert – geldt als degene die door de combinatie van art. 5 en Pro 10 van de statuten de volledige zeggenschap over RSA heeft, niet onjuist of onbegrijpelijk.
letter of wishessluiten op elkaar aan. Op grond van de statuten heeft de oprichter de volledige zeggenschap over RSA en kan de oprichter een opvolgend oprichter benoemen; in de
letter of wishespresenteert [betrokkene 1] zich als oprichter dan wel opvolgend oprichter van RSA , die de “
sole control authorities on the assets (either contributed or distributed) of RSA Private Foundation” heeft.
letter of wishesstaat vermeld dat RSA niet is gebonden aan de daarin vastgelegde
wishesvan [betrokkene 1] . [54] Onbestreden staat vast dat de (opvolgend) oprichter volledige zeggenschap over RSA heeft. Daaraan wordt niet afgedaan door de stelling van Corpag c.s. dat het bestuur van RSA zelfstandig beslissingen neemt.
letter of wishesstaat vermeld dat RSA niet is gebonden aan de
wishesvan [betrokkene 1] . Tegen dit oordeel is, voor wat betreft de verwijzing naar de aard van de dienstverlening van een trustkantoor, geen klacht gericht. Dat lijkt mij terecht. [55]
contractueel gevestigde zeggenschap” heeft over RSA . [56]
letter of wishesvan 13 juli 2009 conform art. 10 lid 2 van Pro de statuten (a) [betrokkene 1] tot opvolgend oprichter van RSA heeft benoemd en (b) van die benoeming mededeling heeft gedaan aan de bestuurder Covenant Managers . [57] Bij gebreke aan een dergelijke benoeming en een daaropvolgende mededeling mag immers worden aangenomen dat Covenant Managers de
letter of wishesvan [betrokkene 1] niet ter goedkeuring zou hebben ondertekend. Bestaande praktijk is (zie ook hiervoor, 3.4), dat omwille van de anonimiteit een trustkantoor wordt ingeschakeld om een SPF op te richten en te besturen en pas daarna de insteller – ongemerkt – tot (opvolgend) oprichter wordt benoemd nadat hij een
letter of wishesaan het bestuur van de SPF heeft afgegeven.
letter of wishesen art. 10 lid 1 van Pro de statuten van RSA zijn getroffen voor het geval [betrokkene 1] failliet zou worden verklaard, daaraan niet afdoen. [58]
niettot gevolg heeft dat hij het beheer en de beschikking over zijn vermogen verliest. Voor zover de klacht niet reeds daarop strandt, komt daarbij dat de Curatoren in hoger beroep aan de hand van een tweetal opinies van het kantoor Baker McKenzie (Zuid-Afrika) [59] hebben toegelicht dat (i) uit art 20(1)(a) van de Zuid-Afrikaanse insolventiewet volgt dat de faillietverklaring van [betrokkene 1] tot gevolg heeft dat hij het beheer en de beschikking over zijn vermogen verliest en (ii) uit Zuid-Afrikaanse jurisprudentie volgt dat de ruime bevoegdheden met betrekking tot zijn vermogen kunnen uitoefenen, waaronder het uitoefenen van de oprichtersrechten in een SPF. Dienaangaande wordt in een overgelegde opinie van 24 april 2017 geconcludeerd: [60]
letter of wishesopgenomen voorziening dat in het geval van faillissement van [betrokkene 1] diens echtgenote de oprichtersrechten van hem overneemt en (ii) de in art. 10 lid 1 van Pro de statuten van RSA opgenomen voorziening dat de oprichtersrechten persoonlijk zijn en bij faillissement van de oprichter worden opgeschort. Niet alleen staan deze twee voorzieningen haaks op elkaar (de oprichtersrechten kunnen niet tegelijkertijd hoogstpersoonlijk en overdraagbaar zijn), ook zou dit een wel heel eenvoudige manier zijn om het effect van een faillissement te omzeilen.
is te lezen dat oprichtersrechten naar hun aard hoogstpersoonlijk zijn, omdat het ‘zoo nauw de persoon van den gerechtigde raakt, dat uitsluitend aan hem het oordeel behoort te verblijven, of en in hoeverre hij daarvan gebruik zal maken of daarover zal beschikken’.” [61]
Teeltvergunning-arrest uit 1942 kan Corpag c.s. niet baten. Daargelaten dat oprichtersrechten in een SPF zich niet goed laten vergelijken met een teeltvergunning, heeft de Hoge Raad in dat arrest geoordeeld dat het teeltrecht
nieteen hoogstpersoonlijk karakter heeft omdat de betekenis ervan voor de kweker “
van louter economischen aard is”. [62] De Hoge Raad overwoog verder dat de rechthebbende op de teeltvergunning deze kan overdragen aan een ander door een verzoek tot overschrijving van die vergunning in te dienen en liet daar op volgen dat een curator “
uit krachte van het hem toekomende beheer en de beschikking over het vermogen van den failliet, vermag te doen, wat buiten faillissement de rechthebbende zou kunnen doen”. [63] Op dit punt kan wél een parallel worden getrokken met de oprichtersrechten in RSA . Die zijn als gezegd overdraagbaar aan een derde zodat er ook in zoverre geen principieel beletsel is dat in geval van een faillissement de curator de oprichtersrechten uitoefent. Het oordeel van het hof is dan ook niet onbegrijpelijk.
voor zoverRSA op dusdanige wijze is ingericht dat [betrokkene 1] wel volledige zeggenschap over RSA heeft maar in geval van faillissement de te benoemen curatoren deze zeggenschap niet zullen verkrijgen, het algemene rechtspersonenrecht en de rechtsvorm SPF voor een dergelijke opzet geen ruimte bieden.
affidavitvan [betrokkene 1] overgelegd als productie 2 bij de akte overlegging producties van 20 oktober 2017. Toch kan de klacht niet tot cassatie leiden. Uit de verklaring van [betrokkene 1] blijkt namelijk niet dat slechts sprake zou zijn van een ‘fiscale kwestie’. Ik lees de verklaring eerder zo dat [betrokkene 1] daarin juist erkent dat verduistering van vermogen van Megacube heeft plaatsgevonden, maar dat niet hij maar [betrokkene 2] dit op zijn geweten zou hebben. Het handelen van [betrokkene 2] zou echter aan [betrokkene 1] kunnen worden toegerekend op grond van afgeleide aansprakelijkheid:
founding affidavitvan [betrokkene 4] , [67] het bewijs van verduistering overweldigend is en even goed [betrokkene 1] als [betrokkene 2] betreft.
estate planning) een eufemisme kan zijn voor het door de Curatoren omschreven doel (het onttrekken van vermogen aan het verhaal en het zicht van Megacube en later van de Curatoren). [68]
estate planning) een eufemisme
kan zijnvoor het door de Curatoren gestelde doel, namelijk het onttrekken van vermogen aan het verhaal en zicht van Megacube en de Curatoren. Het hof heeft voorbij mogen gaan, althans geen beslissende waarde hoeven toekennen, aan de stelling van RSA c.s. dat bij het opzetten van de structuur in 2009 uit de verplichte en gebruikelijke controles en onderzoeken niets naar voren is gekomen. Los van de vraag hoe grondig een trustkantoor de controles naar de herkomst van vermogen pleegt uit te voeren, betekent het verrichten van een dergelijke controle uiteraard niet dat RSA niet onrechtmatig jegens de Curatoren kan handelen door te faciliteren dat vermogen aan verhaal wordt onttrokken.
waarom, althans
in welk opzicht, sprake is van misbruik van identiteitsverschil. [69]
op instructie” van [betrokkene 1] . Het door Corpag c.s. op de hoogte raken van de beweerdelijke verduistering door [betrokkene 1] zou evenmin kunnen leiden tot de conclusie dat er vanaf dat moment sprake is van misbruik van identiteitsverschil. [71]
Kleuterschool Babbelheeft de Hoge Raad bepaald dat onrechtmatig handelen of nalaten van een persoon door wie de rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelneemt als eigen onrechtmatig handelen of nalaten aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. [72] In het arrest
Resort of the World / Maple Leafheeft de Hoge Raad daarop aangevuld (zie hiervoor, 3.9) dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de toerekeningsvraag en in beginsel aan de aan te leggen maatstaf is voldaan indien de handelende persoon de volledige zeggenschap over de rechtspersoon heeft en daar de
ultimate beneficiaryvan is. [betrokkene 1] had/heeft de zeggenschap over RSA (zie hiervoor, 4.23) en bovendien was hij onbetwist de
ultimate beneficial ownervan RSA (zie hiervoor, 4.18), waardoor het handelen van [betrokkene 1] aan RSA kan worden toegerekend en strikt genomen niet relevant is of en zo ja, op welk moment RSA c.s. op de hoogte waren of raakten van de verduistering ten nadele van Megacube .
ultimate beneficial owner– een relevante normale bedrijfsvoering heeft. Het betreft hier een feitelijk oordeel, dat voldoende is gemotiveerd.
worldwide freezing orderop 5 april 2017 aan RSA is betekend maar RSA niet heeft voldaan aan het rechterlijk bevel om opgave te doen van de samenstelling van het vermogen (zie hiervoor,1.13). Het hof heeft terecht geen aanleiding gezien het vervreemdingsverbod in omvang te beperken.
2.24, waarin het hof overweegt dat [betrokkene 1] een zodanige zeggenschap over het vermogen van RSA heeft dat hij recht heeft op inzage in de administratie van RSA , welk recht de Curatoren als gevolg van het faillissement van [betrokkene 1] en hun aanstelling als
trusteeshebben verkregen.
omdatzij haar boeken niet openlegt, maar – omgekeerd – dat RSA misbruik maakt van het identiteitsverschil tussen RSA en [betrokkene 1] en dát een grond oplevert haar te gebieden haar boeken open te leggen.
[… 1] / [… 2] [80] bepaald dat aan de stelplicht van degene die verlof vraagt om bewijsbeslag te leggen, hoge eigen moeten worden gesteld. De in beslag te nemen bescheiden dienen zo precies te worden omschreven als in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van de verzoeker kan worden verlangd. Het hof heeft deze rechtsregel niet miskend door in rov. 2.39 te oordelen dat van de Curatoren redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij de in beslag te nemen bescheiden preciezer omschrijven dan zij hebben gedaan. Bovendien heeft het hof niet miskend dat met bewijsbeslag wordt beoogd bewijs veilig te stellen, welk bewijs – op een later moment – voor de Curatoren van belang kan zijn voor de uitoefening van hun bevoegdheden in het faillissement van [betrokkene 1] . Het rechtmatige belang van de Curatoren in de zin van art. 843a Rv-C bestaat er volgens het hof in dat de Curatoren de administratie van RSA nodig hebben om hun bevoegdheden als curator in het faillissement van [betrokkene 1] te kunnen uitoefenen en zodoende het vermogen van [betrokkene 1] in kaart te kunnen brengen en ten behoeve van de schuldeiser(s) te gelde te maken. Dit is geen onjuist of onbegrijpelijk oordeel. Integendeel, het belang van de Curatoren bij het verkrijgen van inzage in de administratie van RSA is evident. Het oordeel van het hof dat gegronde vrees voor verduistering bestaat dat de betrokken bescheiden zonder het bewijsbeslag verloren gaan, is gelet op de in rov. 2.28 en 2.29 door het hof genoemde omstandigheden en het feit dat [betrokkene 1] zeggenschap over RSA (zie hiervoor, 4.23) heeft evenmin onbegrijpelijk.
an sichwordt toegewezen maar een bevel tot het gehengen en gedogen daarvan. Aangezien hiermee hetzelfde resultaat wordt bereikt, meen ik dat het hof met zijn beslissing niet buiten het geschil is getreden en er geen sprake is van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing.