Conclusie
eerste middelklaagt dat de rechtbank in strijd met art. 552b lid 4 en 5 Sv een voertuig van klaagster heeft onttrokken aan het verkeer, zonder dat het klaagschrift gegrond werd verklaard en de verbeurdverklaring van het voertuig werd herroepen. Het
derde middelbevat de klacht dat de rechtbank in strijd met art. 1 Eerste Pro Protocol EVRM, 33c Sr, 552b lid 5 en 24 lid 1 Sv ten onrechte geen geldelijke tegemoetkoming heeft toegekend, althans doordat de beschikking in dat opzicht onvoldoende met redenen is omkleed. Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Motivering
bSv. [1] Op basis van dit artikel kan een belanghebbende, daaronder niet begrepen de verdachte of veroordeelde, zich beklagen over onder meer de onherroepelijke verbeurdverklaring van haar toekomende voorwerpen. Indien de rechter dit beklag gegrond verklaart, dan wordt de verbeurdverklaring herroepen. [2] Dat betekent echter niet dat het voorwerp vervolgens wordt teruggegeven aan de klaagster. Zo kan op de voet van art. 552b lid 5 Sv alsnog worden bevolen dat het voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer, mits het daarvoor vatbaar is.
tweede middelklaagt dat de rechtbank het voertuig ten onrechte heeft onttrokken aan het verkeer, althans dat de beslissing tot onttrekking onvoldoende met redenen is omkleed.