ECLI:NL:PHR:2019:319
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur in witwaszaak
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens witwassen, meermalen gepleegd, tot een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. Tegen dit vonnis is cassatieberoep ingesteld. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk gestelde termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan een huisgenoot van de verdachte op zijn BRP-adres, waarbij is voldaan aan de BRP-controle. Het adres in de cassatieakte komt overeen met het BRP-adres van de verdachte. Er is geen bewijs dat een raadsman zich heeft gesteld namens de verdachte.
Op grond hiervan is het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet nageleefd, waardoor de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen. De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De zaak hangt samen met een ontnemingszaak tegen dezelfde verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatieberoep wegens het niet indienen van een schriftuur binnen de wettelijke termijn.