ECLI:NL:PHR:2019:322

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2019
Publicatiedatum
2 april 2019
Zaaknummer
17/01670
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 447 lid 5 SvArt. 552a SvArt. 552p Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen na huiszoekingen in Belgische rechtshulpzaak

De rechtbank Limburg heeft op 27 januari 2017 verlof verleend aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen stukken over te dragen aan de Belgische autoriteiten, naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek. Diverse huiszoekingen in meerdere woonplaatsen leidden tot inbeslagname van voorwerpen en het indienen van klaagschriften en verzoeken om verlof ex art. 552p Sv.

Namens zes belanghebbenden is cassatieberoep ingesteld tegen deze beslissingen. De aanzeggingen in cassatie zijn rechtsgeldig betekend tussen 27 juni en 14 juli 2017. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één maand na betekening is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de belanghebbenden hierdoor niet in hun cassatieberoep kunnen worden ontvangen conform art. 447 lid 5 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

Uitkomst: Belanghebbenden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 17/01670 B
Zitting: 12 februari 2019
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[klager 1]
[klager 2]
[klager 3]
[klager 4]
[klager 5]
[klager 6]
De rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, heeft bij beschikking van 27 januari 2017 verlof verleend aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen stukken in handen te stellen van de officier van justitie teneinde de overdracht daarvan te bewerkstelligen aan de bevoegde Belgische autoriteiten (nummer 16/861).
Er bestaat samenhang met de zaken 17/01674 B, 17/01677 B, 17/01678 B, 17/01679 B, 17/01714 B en 17/01715 B. Ook in deze zaken zal ik vandaag concluderen. Deze zaken zijn een uitvloeisel van verschillende huiszoekingen die naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek hebben plaatsgevonden. Bij deze huiszoekingen zijn voorwerpen in beslag genomen, naar aanleiding waarvan zowel klaagschriften op de voet van art. 552a Sv zijn ingediend als om verlof ex art. 552p (oud) Sv is verzocht. Vanwege de samenhang bespreek ik de zaken met nummers 17/01677 en 17/01714 gezamenlijk in één conclusie (doorzoeking [a-straat] in [woonplaats 1] ). Dat geldt ook voor de zaken met de nummers 17/01678 B en 17/01715 B (doorzoeking [b-straat] in [woonplaats 1] ). De zaken met nummers 17/01674 B (doorzoeking [c-straat] in [woonplaats 1] ), 17/01679 B (doorzoeking [d-straat] in [woonplaats 2] ) en deze zaak (doorzoeking [e-straat] in [woonplaats 3] ) worden telkens in een afzonderlijke conclusie behandeld.
Namens [klager 1] , [klager 2] , [klager 3] , [klager 4] , [klager 5] en [klager 6] is cassatieberoep ingesteld. De aanzeggingen in cassatie zijn op 27 juni 2017 ( [klager 1] en [klager 6] ), 5 juli 2017 ( [klager 2] , [klager 3] en [klager 4] ) en 14 juli 2017 ( [klager 5] ) rechtsgeldig betekend. Binnen de in art. 447 lid 5 Sv Pro gestelde termijn van één maand is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu de niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, kunnen de belanghebbenden ingevolge art. 447 lid 5 Sv Pro niet in hun cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG