ECLI:NL:PHR:2019:322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen na huiszoekingen in Belgische rechtshulpzaak
De rechtbank Limburg heeft op 27 januari 2017 verlof verleend aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen stukken over te dragen aan de Belgische autoriteiten, naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek. Diverse huiszoekingen in meerdere woonplaatsen leidden tot inbeslagname van voorwerpen en het indienen van klaagschriften en verzoeken om verlof ex art. 552p Sv.
Namens zes belanghebbenden is cassatieberoep ingesteld tegen deze beslissingen. De aanzeggingen in cassatie zijn rechtsgeldig betekend tussen 27 juni en 14 juli 2017. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één maand na betekening is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de belanghebbenden hierdoor niet in hun cassatieberoep kunnen worden ontvangen conform art. 447 lid 5 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
Uitkomst: Belanghebbenden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.