ECLI:NL:PHR:2019:324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen
De rechtbank Limburg heeft bij beschikking van 27 januari 2017 verlof verleend aan de rechter-commissaris om inbeslaggenomen stukken aan de Belgische autoriteiten over te dragen. Naar aanleiding van verschillende huiszoekingen in verband met een Belgisch rechtshulpverzoek zijn klaagschriften ingediend en is verlof gevraagd ex art. 552p Sv.
De zaken zijn onderling samenhangend en worden deels gezamenlijk behandeld. Namens zes belanghebbenden is cassatieberoep ingesteld, waarbij de aanzeggingen rechtsgeldig zijn betekend tussen 27 juni en 14 juli 2017. Echter, binnen de wettelijke termijn van één maand na aanzegging zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
Op grond van art. 447 lid 5 Sv Pro kan de Hoge Raad de belanghebbenden niet in hun cassatieberoep ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.
Uitkomst: Belanghebbenden worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.