Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Parketnummer 10-183768-16
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die is veroordeeld voor het beledigen van politieagenten door middel van een video-opname waarin hij beledigende uitlatingen doet en die opname vervolgens op internet is geplaatst. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte zowel de beledigende uitlatingen had gedaan als het filmpje op YouTube had geplaatst.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van de politieagenten die in het filmpje herkenbaar in beeld waren en zich beledigd voelden, en op het feit dat het filmpje deel uitmaakte van een documentaire of videoclip rondom de verdachte. De verdediging stelde in cassatie dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte zelf het filmpje op internet heeft geplaatst.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen inderdaad niet kan worden afgeleid dat verdachte het filmpje zelf heeft geplaatst. Sterker nog, het filmpje lijkt te zijn geplaatst door een derde als onderdeel van een documentaire. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd voor zover het betreft de bewezenverklaring en strafoplegging voor het plaatsen van het filmpje, en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onderdeel bewezenverklaring en strafoplegging voor het plaatsen van het filmpje en de zaak wordt terugverwezen naar het hof.