AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis ondanks verzoek second opinion
Betrokkene is op grond van de Wet Bopz opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en de officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank verleende deze machtiging voor zes maanden, stellende dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis, ernstige gedragsstoornis en verstandelijke handicap die een gevaar vormen voor zichzelf en anderen.
Betrokkene stelde in cassatie dat de vaststelling van de stoornissen onvoldoende onderbouwd was, het causale verband tussen stoornis en gevaar niet duidelijk was, en dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om een second opinion niet had gehonoreerd. De Hoge Raad oordeelde dat de diagnose voldoende was onderbouwd door geneeskundige verklaring, behandelplan en eerdere DSM-classificatie.
De Raad stelde dat het gevaar door de stoornissen werd veroorzaakt en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het gevaar niet anders dan door opname kon worden afgewend. Het verzoek om een second opinion was onvoldoende gemotiveerd en mocht daarom worden afgewezen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de machtiging tot voortgezet verblijf.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging tot voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.
Voetnoten
1.Behandelplan van 27 oktober 2018, p. 1.
2.Bestreden beschikking van 12 februari 2019, p. 1-2.
3.De verweertermijn liep tot en met 28 mei 2019.
4.EHRM 3 maart 2015, appl. No. 73560/12, NJ 2015/282, EHRC 2015/162, JVGGZ 2015/36, par. 30.
5.Pleitnota t.b.v. zitting rechtbank van 12 februari 2019, p. 1 (eerste alinea).
6.De DSM-classificatie is opgenomen in het behandelplan van 27 oktober 2018, p. 2.
7.Bestreden beschikking van 12 februari 2019 p. 1.
8.Behandelplan van 27 oktober 2018, p. 1 (onder beschrijvende diagnose).
9.Geneeskundige verklaring van 15 januari 2019 onder 4a.
10.Geneeskundige verklaring van 15 januari 2019 onder 4b.
11.EHRM 3 maart 2015, appl. No. 73560/12, NJ 2015/282, EHRC 2015/162, JVGGZ 2015/36, par. 30.
12.Overzicht (ambulante) hulp die [betrokkene] heeft gehad (in het dossier direct na het Behandelplan van 27 oktober 2018), p. 2.
13.Proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2019, p. 2.
14.Bestreden beschikking van 12 februari 2019, p. 2.
15.Verzoekschrift tot cassatie nr. 1.7.
16.HR 16 november 2018, NJ 2018/452, ro. 3.3.2-3.3.4.
17.Bestreden beschikking van 12 februari 2019, p. 2.
18.Zie HR 16 november 2018, NJ 2018/452, ro. 3.3.2-3.3.4.