Conclusie
middelbevat de klacht dat het hof het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat ten onrechte heeft vastgesteld op 87.320 euro.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman, overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, - zakelijk weergegeven - het standpunt ingenomen dat in deze zaak de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen vermogen niet gebaseerd kan worden op het in de strafzaak onder 5 bewezenverklaarde feit, te weten het medeplegen van witwassen.
Door de raadsman is ter terechtzitting verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op een bedrag van € 2.822,30. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de veroordeelde Engelsen heeft ontmoet die hem vroegen of hij hennep kon regelen. Voor het regelen van die hennep is aan de veroordeelde geld ter beschikking gesteld. Dit geld heeft de veroordeelde omgewisseld. Met dit geld zou de veroordeelde 19 kilo hennep hebben gekocht om deze vervolgens aan de Engelsen door te verkopen. De hennep heeft de veroordeelde voor een totaalbedrag van € 84.550,- ingekocht. Deze partij is later in beslag genomen. Het verschil tussen het omgewisselde geld en de inkoopprijs van de hennep is het daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel.
in Gorinchem aangehouden in een auto met daarin drie grote kartonnen dozen en vier witte kartonnen dozen;
heeft verklaard dat:
is verklaard, is naar het oordeel van het hof onvoldoende aannemelijk gemaakt dat door de veroordeelde ten behoeve van de verkoop van 19 kilo hennep voor een bedrag van € 84.550,- aan kosten zijn gemaakt.
Ik heb van de Engelse kopers een bedrag gekregen in Britse ponden. Dat heb ik op het Damrak in Amsterdam omgewisseld naar euro's. Dat was € 87.320,- en als herkomst van het geld heb ik een transactie met paarden opgegeven. De afspraak was dat zij in Nederland zouden afnemen. Ik kreeg een bestelling en een adres waar het afgeleverd moest worden. Deze partij hennep is bij[W]
in beslag genomen.”