ECLI:NL:PHR:2019:750

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
16/03103
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak profijtontneming wegens bewijsbeslissing

In deze zaak heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vastgesteld dat de betrokkene in 2011 een groter aantal varkens heeft gehouden dan toegestaan, waardoor een wederrechtelijk verkregen voordeel van €23.180 is vastgesteld. De betrokkene werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.

Tegen deze uitspraak stelde de betrokkene cassatieberoep in, met als middel dat het hof ten onrechte tot bewezenverklaring was gekomen dat het aantal varkens het toegestane varkensrecht overschreed. Dit middel richtte zich feitelijk op de bewijsbeslissing van het hof.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep, omdat een klacht over de bewijsbeslissing geen stellige en duidelijke schending van een rechtsregel of vormvoorschrift inhoudt, en derhalve geen geldig cassatiemiddel vormt.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en wees het cassatieberoep af wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt op de bewijsbeslissing.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer16/03103
Zitting11 juni 2019

CONCLUSIE

B.F. Keulen
In de zaak
[betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.
De Economische Kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 1 juni 2016 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 23.180,00 en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/03096. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat, doordat het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betrokkene in het kalenderjaar 2011 een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op dat bedrijf rustende varkensrecht, de betrokkene ten onrechte is veroordeeld om het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel over 2011 te betalen. In de toelichting wordt de argumentatie die aan het middel in de hoofdzaak ten laste is gelegd herhaald.
Het middel richt zich tegen de bewijsbeslissing in de hoofdzaak. Daarmee is het geen stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. [1]
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010, rov. 3.2.