Conclusie
middelklaagt over de beslissing om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag bij verstekarrest niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat het hof aannam dat de mededeling van het verstekvonnis op 29 maart 2017 had plaatsgevonden. Hierdoor zou de termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep zijn overschreden, aangezien het hoger beroep pas op 20 april 2017 werd ingesteld.
In cassatie werd aangevoerd dat de mededeling van het verstekvonnis niet op 29 maart 2017, maar op 12 april 2017 had plaatsgevonden. Dit werd onderbouwd met authentieke stukken afkomstig van de Kaunas District Court in Litouwen, waaruit bleek dat de verdachte pas op 12 april 2017 in persoon was geïnformeerd.
De Hoge Raad oordeelt dat deze buitenlandse stukken betrouwbaar en van voldoende herkomst zijn om het arrest van het hof niet in stand te laten. Hierdoor is niet uitgesloten dat het hoger beroep tijdig is ingesteld. Het middel wordt gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
De Procureur-Generaal heeft geen ambtshalve gronden gevonden voor vernietiging. De beslissing betreft een procedurele toetsing van ontvankelijkheid en termijnberekening bij hoger beroep na verstekvonnis.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.