ECLI:NL:PHR:2019:760

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
18/00261
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 417bis SrArt. 408.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens onjuiste termijnberekening hoger beroep bij verstek

De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag bij verstekarrest niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat het hof aannam dat de mededeling van het verstekvonnis op 29 maart 2017 had plaatsgevonden. Hierdoor zou de termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep zijn overschreden, aangezien het hoger beroep pas op 20 april 2017 werd ingesteld.

In cassatie werd aangevoerd dat de mededeling van het verstekvonnis niet op 29 maart 2017, maar op 12 april 2017 had plaatsgevonden. Dit werd onderbouwd met authentieke stukken afkomstig van de Kaunas District Court in Litouwen, waaruit bleek dat de verdachte pas op 12 april 2017 in persoon was geïnformeerd.

De Hoge Raad oordeelt dat deze buitenlandse stukken betrouwbaar en van voldoende herkomst zijn om het arrest van het hof niet in stand te laten. Hierdoor is niet uitgesloten dat het hoger beroep tijdig is ingesteld. Het middel wordt gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.

De Procureur-Generaal heeft geen ambtshalve gronden gevonden voor vernietiging. De beslissing betreft een procedurele toetsing van ontvankelijkheid en termijnberekening bij hoger beroep na verstekvonnis.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 18/00261
Zitting: 4 juni 2019
(bij vervroeging)
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij verstekarrest van 24 oktober 2017 door het Gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R.J. Baumgardt en mr. P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt over de beslissing om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
De bestreden uitspraak houdt in:
“De verdachte was op 29 maart 2017 bekend met het vonnis waarvan beroep, omdat op die datum de mededeling uitspraak van dat vonnis aan de verdachte in persoon is uitgereikt.
De verdachte had derhalve binnen veertien dagen hierna in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 20 april 2017 hoger beroep ingesteld en er is niet gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maken, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.”
5. Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat hij, uitgaande van omstandigheid dat de mededeling uitspraak van het verstekvonnis aan de verdachte in persoon is uitgereikt op 29 maart 2017, niet binnen veertien dagen na deze mededeling in hoger beroep is gegaan.
6. Tot de stukken van het geding behoort een vanuit het Litouws in het Engels vertaald document, gehecht aan de mededeling uitspraak, afkomstig van het “Kaunas District Court” (Litouwen), een “certificate of service” waarop onder meer staat vermeld “Date and place of service 29/03/2017”. Daaruit heeft het hof kennelijk afgeleid dat op 29 maart 2017 aan de verdachte is medegedeeld dat hij in Nederland bij verstek is veroordeeld, waardoor de termijn van 14 dagen is gaan lopen.
7. Aan de schriftuur zijn gehecht twee documenten in de Litouwse taal afkomstig van het “Kaunas District Court” (Litouwen). Van beide documenten is tevens een vertaling in de Engelse taal bijgevoegd. Het betreft :
1. Een document met vermelding in de aanhef Criminal case No. T-521-825/2017. Category of procedural decrees 2.3.2.2.16 Kaunas District Court Minutes of Court Session 12 april 2017 Kaunas inhoudende:
“The meeting was scheduled at 8:45.
Chairman of the court session judge of Kaunas District Court Bronius Varsackis, secretary of court hearings [naam] .
No audio Recording is made.
The court addressed the submission of the Netherlands on the serving of documents to [verdachte] .
The secretary of the meeting reports that the following person appeared to the court hearing:
The person charged with criminal offences [verdachte]
The person was serviced the documents sent from the Netherlands, with signature confirmation of receipt.
The meeting was scheduled at 8:46.
Judge: Bronius Varsackis
Secretary of court hearings: [naam] ”
2. Een schrijven aan mr. R. Delgrado (rd@advocatenkantoordelgado.nl) van 23 maart 2018 inhoudende:
“For the requested application.
We would like to inform you that during the trial 12 of April 2017 [verdachte] was served in the Kaunas District Court the procedural documents received from the Kingdom of the Netherlands, so the date of the certificate of delivery on 29 of March, 2018 is incorrect.
Judge Indrė Averkienė.”
8. Aan de inhoud van de in cassatie overgelegde stukken valt het ernstige vermoeden te ontlenen dat de mededeling van het verstekvonnis aan de verdachte weliswaar in persoon heeft plaatsgevonden, maar dat de mededeling niet heeft plaatsgevonden op 29 maart 2017, maar op 12 april 2017. Nu in redelijkheid niet kan worden getwijfeld aan de herkomst en betrouwbaarheid van deze stukken kan het bestreden arrest niet in stand blijven. Er valt niet uit te sluiten dat het op 20 april 2017 ingestelde hoger beroep tijdig is gedaan.
9. Het middel slaagt.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar Gerechtshof Den Haag, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG