Conclusie
3.De beslissing waartegen het middel zich richt
4.De bespreking van het middel
LJNBL2823, NJ 2010/654).
LJNBV3004).
LJNBU8735, NJ 2013/128).”
effective remedybestaat tegen een ongerechtvaardigde inbreuk op eigendomsrechten. Dat betekent dat de klaagster aan de Belgische rechter de vraag kan (of in elk geval: had kunnen) voorleggen of het enkele feit dat bij vergissing onjuiste informatie is verstrekt een inbreuk op het interstatelijk vertrouwensbeginsel oplevert die ertoe moet leiden dat het conservatoir beslag moet worden opgeheven. De Belgische rechter verkeert daarbij in een betere positie dan de Nederlandse beklagrechter om die vraag te beantwoorden. Als de Belgische rechter tot het oordeel komt dat de onzorgvuldige informatieverstrekking geen belemmering oplevert om aan het verzoek van de Nederlandse autoriteiten tot overdracht van de voorwerpen te voldoen, moet de Nederlandse beklagrechter niet beter willen weten. Juist het vertrouwensbeginsel brengt mee dat hij er vanuit mag gaan dat aan de inbeslagneming geen gebreken kleven die tot opheffing van het gelegde beslag moeten leiden. Ik meen dan ook dat een redelijke verdeling van verantwoordelijkheden meebrengt dat de beantwoording van de vraag of de onjuiste informatieverstrekking tot de opheffing van het beslag moet leiden, in gevallen als deze niet tot de taak van de Nederlandse beklagrechter behoort. Er behoeft daarbij, gelet op het door mij geformuleerde uitgangspunt, niet getreden te worden in de vraag aan welke Belgische rechter de klaagster haar bezwaar had kunnen voorleggen [2] , laat staan in de vraag hoe die Belgische rechter daarover zou hebben geoordeeld. [3]