Conclusie
Het eerste middel
liveuitgezonden. Uit de weergave van het telefoongesprek in het proces-verbaal van de zitting blijkt niet of haar door de voorzitter, een van de andere rechters, de advocaat-generaal dan wel de raadsvrouw van de verdachte vragen zijn gesteld, maar de mogelijkheid daartoe heeft wel bestaan. Er lijkt in elk geval enige vorm van communicatie tussen de voorzitter en de secretaresse te zijn geweest. De voorzitter deelde immers mee dat de voorlezing van de eindbrief voldoende was en dat een emailbericht daarom niet nodig was. Aannemelijk is dat die mededeling op de terechtzitting aan de secretaresse is ‘geworden’.
liveeen verklaring aflegt op de terechtzitting, dus ook als niet blijkt dat aan die persoon vragen zijn gesteld. Mijn conclusie is dan ook dat in de onderhavige zaak geen beroep gedaan kan worden op de eigen waarneming van de rechter. Er is sprake geweest van een vorm van getuigenverhoor waartoe het hof niet bevoegd was.
Het tweede middel