ECLI:NL:PHR:2019:875
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen conservatoir beslag onder Europees bevriezingsbevel
In deze zaak richt het beklag zich tegen conservatoir beslag op een geldbedrag dat in de woning van klager is aangetroffen. Dit beslag werd gelegd in het kader van de uitvoering van een Europees onderzoeksbevel (EOB) dan wel een Europees bevriezingsbevel (EBB). De precieze grondslag van het beslag was niet direct duidelijk, hetgeen van belang is voor de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De advocaat-generaal (AG) concludeert dat conservatoir beslag niet kan worden gelegd op grond van een EOB, omdat dit bevel alleen betrekking heeft op bewijsverkrijging en niet op beslaglegging. Wel kan conservatoir beslag worden gelegd op basis van een EBB, dat nog steeds gebaseerd kan zijn op het Kaderbesluit 2003/577/JBZ. Tegen een beslaglegging op grond van een EBB staat echter geen cassatieberoep open.
De rechtbank had vastgesteld dat het beslag was gelegd op grond van een bevriezingsbevel, maar ook dat de woning was doorzocht naar aanleiding van een EOB. De AG benadrukt dat een conservatoir beslag dat bij uitvoering van een EOB wordt gelegd niet automatisch onder dat bevel valt en dat cassatieberoep in dat geval niet openstaat.
De conclusie is dat het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk is omdat het conservatoir beslag niet in het kader van een EOB is gelegd. De AG ziet geen aanleiding om de middelen inhoudelijk te behandelen. Dit arrest bevestigt de systematiek van rechtsbescherming bij Europese onderzoeks- en bevriezingsbevelen en verduidelijkt de toepasselijkheid van richtlijnen en kaderbesluiten op beslagleggingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat conservatoir beslag niet kan worden gelegd op grond van een Europees onderzoeksbevel.