ECLI:NL:PHR:2019:89

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2019
Publicatiedatum
30 januari 2019
Zaaknummer
17/04698
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen

De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord, met toekenning van een schadevergoeding van €9.762,65 aan de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel van hetzelfde bedrag aan de verdachte.

Tegen dit arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar er zijn geen middelen van cassatie ingediend door de raadsman van de verdachte binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv.

Daarom kan de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard vanwege het niet naleven van de formele vereisten voor cassatie.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 17/04698
Zitting: 8 januari 2019
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De verdachte is bij arrest van 20 september 2017 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van moord” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 9.762,65 en aan de verdachte voor datzelfde bedrag een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld. [1]
2. Er bestaat samenhang met de zaken 17/04598, 17/04738, 17/05490 en 18/00253. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Het arrest is gepubliceerd op rechtspraak.nl: Hof ’s-Hertogenbosch 20 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4106.