ECLI:NL:PHR:2019:89
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 17 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord, met toekenning van een schadevergoeding van €9.762,65 aan de benadeelde partij en een schadevergoedingsmaatregel van hetzelfde bedrag aan de verdachte.
Tegen dit arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld, maar er zijn geen middelen van cassatie ingediend door de raadsman van de verdachte binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv.
Daarom kan de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard vanwege het niet naleven van de formele vereisten voor cassatie.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.